Afbeelding

Column De Buitenstaander: Tuuskom’n: ‘t verhaal van Javier Ojadazawal

Opinie

Javier Ojadazawal, een ex-stierenvechter uit het Spaanse Pamplona, had zijn leeuwenhart verloren aan een struise dame uit Aalten. Na een vurige zomerromance besloten de twee tortelduifjes al rap te gaan samenwonen in een bescheiden bungalow in Aalten. Javier, gewend aan de zonovergoten arena’s en het gejuich van het publiek, ontdekte al snel dat het gemoedelijke leven in Aalten een heel andere uitdaging met zich meebracht. De bungalow, schilderachtig gelegen tussen de weilanden, leek in niets op de bruisende straten van Pamplona. Javier, met zijn flamboyante persoonlijkheid en liefde voor avontuur, voelde zich als een vis in een doorzichtig boterhamzakje met ijs. Of als een kangoeroe in Aalten zo u wilt. In ieder geval, hij voelde zich niet op zijn plek en miste ook de adrenaline van het stierenvechten, snakte als een malle naar de geur en het geluid van een kolkende arena. Zijn vriendin deed haar uiterste best om hem zich thuis te laten voelen. Ze introduceerde hem aan de geneugten van Aalten: fietstochtjes over het platteland en door het pittoreske dorpje: ‘Kijk, hier in dit zalmroze ‘postkantoor’ woont Angus Young de Australische gitarist van de rockgroep AC/DC!’ ’Que? Ga toch weg!

Ik dacht dat die in Madurodam woonde,’ antwoordde Javier stomverbaasd. ‘Nee joh, da’s geen échte stad! Hier bij ons woont ie!’ Javier schudde zijn gebruinde hoofd als een ongelovige Thomas en dacht er het zijne van, maar werd in a split second ook door een besef aangeraakt: ‘Mocht het nou wél zo wezen, dacht hij, en het lukt Angus Young om hier te aarden, dan lukt het mij vast ook! Die Angus is net als ik gewend aan stadions vol fans.’ Javier realiseerde zich plots dat niemand hem hier vanwege zijn faam als toreador kende. Misschien was dat het wel? Hij was nog niet klaar voor de luwte, hij was zijn wilde haren nog niet kwijt, hoewel ze bij de slapen inmiddels wel grijsden. Maar voor Javier, die gewend was aan de levendigheid van de Spaanse festivals, voelde dit alles toch tamelijk bescheiden. Je baan is je identiteit. Wie ben ik dan nu nog?

Javier dacht aan zijn oma, Desperita Ojadazawal, een optimistische zwartkijker, die eens plechtig tegen hem had gesproken nadat hij huilend bij haar was gekomen omdat hij in de kippenren door een haan was aangevallen: ‘Je kunt nog zoveel willen Javier, jongen, maar je krijgt niet altijd je zin. Je moet wel doorzetten en op eigen benen staan. Je kunt een vogel vergezellen, of alleen blijven hopen op vleugels.’ Javier snapte er nog steeds geen mallemoer van, wat zijn Oma Desperita destijds hiermee bedoeld had. Toch moest hij aan haar woorden denken. Javier besefte dat hij aan

onversneden heimwee leed en om z’n neerslachtigheid de baas te kunnen moest hij verbinding zoeken met de streek, en op verkenning uit. Hij besloot zijn stinkende best te gaan doen, en op een vroege novemberavond, het nattesneeuwde, kwam hij via een lange fietstocht bij oerkroeg Schiller terecht, waar hij een tijdje zonder al veel te zeggen bij uitbater Jaap aan de bar hing. Alles viel op z’n plek, toen plots Bennie Jolinks en Frederik Puntdraods stemmen door de oerkroeg schalden:

‘Ik fietsen laatst deur de sneeuw naor ow huus ojadasawa, ojadasawa

Keerl waor waren i-j? I-j waren jao gaar niet thuus ojadasawa, ojadasawa.’

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant