Afbeelding

Column De Buitenstaander: JOLING

Opinie

Na een onrustige, broeierige zomernacht brandde ik ‘s morgens mijn tent uit terwijl maniakale satansmeeuwen zich op het eten stortten dat voor mijn tent lag. Het voelde tevens alsof die dekselse Terschellingse zandman zelf een fles juttersbitter achterover had geslagen, want het meeste zand leek in mijn hals te zijn beland.
Met een onrustige buik, een alarmdarm, en een tong van écht leer sleepte ik mezelf iets later naar uitspanning het Wrakkenmuseum voor koffie. Ik kreeg meermaals een ‘Huh, wat wilt u’-blik, want blijkbaar klonk ik met die bonsai-Sahara in mijn mond nogal onverstaanbaar. Ik zag eruit als een molletje dat in het volle licht werd gehouden—nou vooruit, een hele beste mol.
Een halfuur later stond ik eindelijk onder de douche. Mijn geheugen, die luie hond, begon zachtjes terug te komen. Plots stond het me weer helder voor de geest: verrek, ik heb een kaartje voor een voorstelling! Van… uh, oh ja, de Chinese Staatsopera! En het was in… helemaal in Oosterend? Waar is m’n fiets, en hoe laat is het?
Een uur later was ik er. Voor een gigantische rode circustent middenin een weiland stond een lange rij wachtenden. Ik sloot netjes achteraan aan en scande ondertussen de omgeving. Ik zocht bosjes of andere discrete schuilplekken voor een eventuele aanval van sputterpoep en vond er twee. Dat gaf wat rust. Die rust bleek echter de befaamde stilte voor de storm.
Eenmaal binnen was het bomvol. Ik kon me nog net ergens tussen wurmen, precies in het midden, zonder ontsnappingsroute. Oh jee, als er nu maar geen kak-attaque komt, dacht ik. Er kwam een aanval - maar een heel andere.

Ze zei dat de mannen héél hoog zongen —maar dan ook écht héél hoog, en dat was typisch aan Chinese opera.


Een kleine Chinese mevrouw in klederdracht schuifelde de piste in en begon iets te vertellen over Chinese operamuziek. Ze zei dat de mannen héél hoog zongen —maar dan ook écht héél hoog, en dat was typisch aan Chinese opera. Nou, ik was benieuwd.
Toen begon het spektakel. Begrijp me niet verkeerd, ik sta open voor alles, maar dít kwam me toch even knoerthard binnen! Mijn nagels stonden recht overeind in m’n sokken. Ik kon het gewoon niet aanhoren en merkte dat velen om me heen deze gruwelsensatie deelden. Vergeleken bij deze zangers klonken de diabolische meeuwen van vannacht als nachtegaaltjes.
Op een gegeven moment kwam er een corpulente, verwijfd lopende zanger in klederdracht het toneel op en die begon daar een potje hoog te zingen, niet normaal! Nog een tandje hoger, en enkel een hond zou de melodie nog kunnen volgen. Au, au, au, mijn arme oren! De man bleek de absolute ster, de TOPPER, van het gezelschap te zijn.
Nadat de oosterse aria eindigde werd hij voorgesteld door de spreekstalmeesteres: ’Dames en heren, een groot applaus voor JO-LING’ Joling?! Ik schoot onbedaarlijk in de lach. Alle aanwezige sappen spoten uit mijn lijf, en ik kon niet meer ophouden met lachen. Compleet gierend en hikkend ging ik door het lint. Om me heen ontstonden lachpelotonnetjes. Ik schaamde me de betraande ogen uit m’n kop, maar ophouden zat er niet in.
O, wat was ik blij dat dit het slot van de show bleek te zijn. Wat een marteling voor de oren was daar uit de lucht komen vallen!
Typisch Oerol. Ik weet nooit exact wat er gaat gebeuren. En dat is vaak uiterst vermakelijk.

Tekst: Rocco Ostermann

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant