Carin Stavast-Munters en Jan van der Horst. Foto: Frank Vinkenvleugel
Carin Stavast-Munters en Jan van der Horst. Foto: Frank Vinkenvleugel (Foto: )
DinXperience

In De Taverne: Jan van der Horst en Carin Stavast

DINXPERLO - Als directeur en leerkracht van IKC de Bosmark in Dinxperlo hebben Jan van der Horst en Carin Stavast een jarenlange ervaring met het grensoverschrijdend werken. Iets wat er aan bijdraagt dat zij vol enthousiasme vertellen over de samenwerking met de Ludgerusschule in Bocholt, het grensoverschrijdend lesgeven, Duitse leerlingen die basisonderwijs in Dinxperlo volgen en het verschil tussen het Nederlandse en Duitse onderwijssysteem.

Door Danielle Jolink

Sinds 1958 is Euregio, een Nederlandse-Duitse Gemeenschappelijke regeling, actief in het versterken en opbouwen van de structuren en grensoverschrijdend samenwerken in het Nederlands-Duitse grensgebied. Zij hebben als doel dat de sterkste deelregio's tot een verzorgingsgebied samengroeien; een sterke en geïntegreerde regio om in te werken en te leven. Om dit te kunnen realiseren hebben zij allerlei projecten om deze samenwerking te stimuleren en realiseren. Zo ook voor het onderwijs. Jan van der Horst vertelt hierover dat de druk met name vanuit de Duitse kant om een euregionaal samenwerkingsverband te hebben, groot is. "In Nederland geldt dat het worden van een euregiopartnerschool op basis van vrijwilligheid is, voor Duitse scholen echter is de 'euregiostempel' bijna een must. Een euregiopartnerschool moet aan strikte voorwaarden voldoen. Zo is er bijvoorbeeld de verplichting om het vak Duits in het curriculum aan te bieden om voor een subsidie in aanmerking te komen. Dit is iets wat voor veel basisscholen in Nederland niet vanzelfsprekend is. Ook De Bosmark biedt dit vak niet aan. Voor de Duitse scholen in de euregio geldt dat zij het vak Nederlands moeten aanbieden. Dit is daar vaak al vanzelfsprekend, zij hebben het over het algemeen al in hun aanbod zitten.

"Omdat het worden van een euregioschool enorm veel inspanningen en aanpassingen in het curriculum vergt en omdat we heel graag zelf en met elkaar willen bepalen hoe wij onze samenwerking vorm geven, hebben wij als Bosmark besloten om (nog) geen euregiopartnerschool te worden. Wel vinden wij het als school erg belangrijk om de samenwerking met Duitse scholen aan te gaan. Dit omdat wij hier in Dinxperlo wonen, leven en contacten hebben aan- en over de grens."

Carin Stavast: "Deze samenwerking bestaat al vanaf het moment dat de voormalige basisschool 't Welink er nog was, zo'n vijftien jaar nu." Een aantal keren per jaar vindt er een uitwisseling plaats tussen de leerlingen van groep vijf van de Bosmark en leerlingen van de Ludgerusschule. Leerlingen nemen een kijkje bij elkaar in de klas, draaien een (aangepaste) lesdag mee en doen in gemengde groepen mee aan allerlei soorten activiteiten. Op deze manier ervaren de leerlingen dat er veel overeenkomsten zijn tussen hen en kinderen die aan de andere kant van de grens wonen, maar dat er ook (culturele) verschillen zijn. Ook is er een uitwisselingsmoment dat gericht is op techniekonderwijs. Beide scholen bezoeken samen de Junge Uni in Bocholt. De leerlingen gaan ook dan in gemengde groepen de samenwerking met elkaar aan. De leerkrachten vinden de samenwerking met de Ludgerusschule erg leuk. "Het is een enorm goed en leuk wederzijds contact met korte lijntjes", aldus Jan en Carin. Er is niet alleen sprake van een uitwisseling van leerlingen, maar er heeft ook al een uitwisseling van leerkrachten plaatsgevonden.
Jan: "Vanuit de Ludgerusschule kwam de vraag of wij een leerkracht ter beschikking hadden om een keer per week aan een kleine groep leerlingen Nederlands te geven. Toevallig lag er bij ons een vraag vanuit ouders van de Duitse leerlingen van onze school of er ook Duitse les aan hun kinderen gegeven kon worden en dan met name gericht op schrijfvaardigheid in het Duits."

Carin: "Ik ben toen één keer per week naar Bocholt gegaan om aan een groepje van zestien kinderen Nederlandse les te geven", aldus Carin. "Dit deed ik aan de hand van thema's en tradities die op dat moment in Nederland speelden, zoals bijvoorbeeld Sinterklaas. Een lerares van de Ludgerusschule bracht vervolgens mijn Nederlandse lessen over aan de rest van de leerlingen van de Ludgerusschule." Ondertussen kwam een keer per week een leerkracht van de Ludgerusschule naar De Bosmark om daar, na de reguliere schooltijd, een klein groepje Duitse leerlingen, of leerlingen met een Duitse achtergrond, Duitse les te geven. In tegenstelling tot de Nederlandse lessen die Carin in Duitsland gaf waren dit best taaie uurtjes, omdat het puur schrijfvaardigheid was. "Mede daardoor, maar ook omdat het niet geheel aansloot op de vraag die er vanuit de ouders lag, is dit na drie jaar gestopt." Ook Carin is na drie jaar gestopt met het geven van de Nederlandse lessen. Carin: "Na drie jaar hebben de leerkrachten op de Ludgerusschule het volledig overgenomen."
"En ze waren zo enthousiast over Carins manier van lesgeven dat zij de Nederlandse lessen nu nog steeds aan de hand van die thema's onderwijzen aan hun leerlingen", vult Jan, niet zonder trots, aan.

Op de vraag of er verschil zit in het Nederlandse en Duitse onderwijssysteem antwoord Jan bevestigend. "Duitsland kent geen integratie van kleuter- en basisschool. Kinderen gaan daar vanaf 6 jaar naar de Grundschule. Voordat ze zes zijn kunnen ze naar de Kindergarten. Dit is echter meer een soort van kinderopvang dan een plek om tot leren te komen. Om deze reden kiezen veel ouders uit Suderwick ervoor om hun kind, wanneer het vier jaar is, naar één van de basisscholen in Dinxperlo te laten gaan. Na groep twee gaan deze kinderen dan meestal naar de Grundschule. Doordat deze kinderen dan al twee jaar onderwijs genoten hebben, hebben zij op het gebied van leren en hun sociaal-emotionele ontwikkeling vaak een voorsprong. De Grundschule telt vier klassen, wanneer de leerlingen in de vierde klas zitten, dus groep zes in Nederland, maken zij een keuze voor het vervolgonderwijs. In Nederland waren wij gewend om methodisch les te geven. In Duitsland juist niet, de leerkrachten ontwierpen daar meestal zelf hun lessen. Nu gaat Duitsland juist meer over op methodisch werken en in Nederland willen we nu juist de methodes meer loslaten en via leerlijnen gaan werken. Ook zit er een groot verschil in de inrichting van het onderwijs. In Nederland is het onderwijs bestuurlijk ingericht, in Duitsland gaat dit echter per deelstaat. De sturing van Duitse gemeenten in het onderwijs is daardoor veel groter dan in Nederland."

Meer berichten