Columns

Zwaleman | Cultureel erfgoed

Cultureel erfgoed

In de hal, vlak bij mijn voordeur, hangt al jarenlang aan een spijkertje een trouwe metgezel. Iets meer dan een meter lang en overduidelijk zeer bejaard, want hij is knoestig en vertoont tal van barstjes. Maar hij is nog kaarsrecht en lijkt haast trots op zijn handvat, dat is gemaakt van paardenhaar, pennen van ganzenveren en kleine reepjes leer.

Wat moet je toch met die stok? Is die om inbrekers mee op hun kop te slaan?
Ik heb de vraag al vele malen gehoord. Maar weinig mensen weten dat het een authentieke gaostok is, die daar aan de muur hangt. Laat staan dat ze weten waarvoor zo'n sleedoorntak (want dat is het) ooit diende. Maar mij is die oude stok heel dierbaar. Omdat het een heel bijzondere gaostok is, die ik ooit van mijn inmiddels al lang geleden overleden vader heb gekregen. Die heeft hem op zijn beurt meer dan een halve eeuw in bezit gehad.

Wie weet, is die oude stok ook nog wel iets waard ook. Zeker nu onlangs de gaostok is opgenomen in de lijst van cultureel erfgoed. In de Nationale Inventaris voor het Immaterieel Cultuur Erfgoed in Nederland, om het helemaal precies te zeggen.
Een nieuwsfeitje dat het journaal niet heeft gehaald en bij mijn weten heeft er ook niets over in De Gelderlander gestaan. Maar de Twentsche Courant Tubantia wijdde er vorige week wel een fors verhaal aan. Een interview eigenlijk met de man die het initiatief nam voor de opname in die erfgoedlijst, Jan Wilmink uit (het Overijsselse) Hengelo. Een 72-jarige Tukker, die zich al zo'n beetje zijn hele leven lang inzet voor het behoud van niet alleen de gaostok, maar ook de midwinterhoorn.

'Twentsche goastok op erfgoedlijst', meldde de krant. Maar dat klopt natuurlijk niet. Want de gaostok is natuurlijk net zo zeer Achterhoeks als Twents. (Alleen schrijven wij hem met ao en die Tukkers met oa). Ook hier liep de plattelandsbevolking vroeger met zo'n zelfgemaakte wandelstok. Het bewijs daarvoor is makkelijk te leveren. Zowel meester Heuvel als Bernard Weenink (van Erve Kots in Lievelde) heeft er over geschreven. En toen ik deze week even googelde vond ik in de collectie van het Nederlands Fotomuseum een prachtige oude foto van een boer die in de kökken een gaostok aan het snijden is. En waar werd die foto gemaakt? Juist, in de Achterhoek!

Waarschijnlijk in Gelselaar. Dat vermoed ik, omdat op tafel een al afgemaakte gaostok ligt van het zogenaamde Markelose model. Net zo eentje als ik heb. En die van mij komt inderdaad uit Markelo. Werd daar, eind jaren dertig van de vorige eeuw, gesneden en bewerkt door Gerrit Roosdom. Die laatste haalde een paar jaar eerder de gaostok uit de vergetelheid, speciaal voor een boerenbrulfte die ze in Markelo toen opvoerden voor koningin Wilhelmina.

Die 'Markelose' wandelstok wordt vooral gekenmerkt door dat handvat van paardenhaar en pennen van ganzenveren. Omdat ze destijds in Markelo veel 'broekland' hadden, waar ganzen werden gehouden. En dat laatste gold natuurlijk ook voor Gelselaar, net aan de andere kant van de provinciegrens.

Dat mijn bezoekers wel eens denken dat de gaostok er hangt tegen ongenode gasten is overigens niet zo vreemd. Want de gaostok was vroeger niet alleen wandelstok, maar ook een wapen. Daarmee kon je erfhonden van je afhouden, maar ook struikrovers. En natuurlijk namen jonge Achterhoekers hun gaostok mee, als ze de kermis in het volgende dorp bezochten. Mochten dan de gemoederen door foezel en brandewien eens hoog oplopen, dan kwam ie goed van pas!


Jan Buter

buterneede@hotmail.com

Meer berichten