Zwaleman
Zwaleman
Columns

Zwaleman | Pannenkoek

Pannenkoek

Het is maar goed, dat er nog geen webcam voor krantenlezers bestaat. Ik zou het namelijk niet echt op prijs stellen dat de lezers konden meekijken, terwijl ik deze column schrijf. Niet omdat ze dan zouden ze zien wat voor rommeltje het is op mijn werkkamer, daar schaam ik me al lang niet meer voor. Zolang ik zelf maar weet waar alles staat. Nee, met zo'n webcam zou u ook zien dat ik momenteel een stukje van mijn bureau af zit, met het bovenste knoopje van mijn broek open. Geen verheffend gezicht!
Duidelijk, ik heb de avondmaaltijd iets teveel eer aangedaan. Veel teveel gegeten. En dat wreekt zich nu.
Normaal gesproken ben ik niet zo'n uitbundig aan tafel. Ik eet graag en vooral ook graag lekker, maar wel altijd met mate. Met één uitzondering: wanneer er pannenkoeken op tafel komen. Daar kan ik er rustig een stuk of drie van op en ik moet me dan ook nog bedwingen om niet een vierde te nemen. Wat op zich zou dat trouwens nog niet eens zo erg zou zijn, als ik niet ook nog die voorkeur voor pannenkoeken met spek, worst en kaas zou hebben. Inderdaad: alle drie tegelijk!
Geen wonder dus, dat er in huize Buter eigenlijk maar zelden pannenkoek op tafel komt. Minder vaak zelfs dan pizza. Wat dan eigenlijk ook weer niet zo wonderbaarlijk is, want we eten ook vaker rijst of pasta, dan die oude vertrouwde piepers.
Ja, het eetpatroon van de Nederlanders is behoorlijk veranderd in de afgelopen pakweg vijftig, zestig jaar. Neem nou die pannenkoek. Die beschouwt menigeen tegenwoordig als een traktatie. Er zijn zelfs speciale restaurants voor. Terwijl diezelfde pannenkoek honderd jaar geleden in de Achterhoek nog dagelijkse kost was. In zijn beroemde boek Achterhoeksch Boerenleven schrijft 'meester' Heuvel in diverse hoofdstukken dat zijn moeder 's morgens in alle vroegte al achter het fornuis staat pannenkoeken te bakken. Voor het ontbijt van de gezinsleden, maar ook voor de mannen om mee te nemen naar de rogge-akker of het aardappelveld. Samen met een kan koude koffie.
In mijn jeugd aten we 's morgens gewoon een paar boterhammen met margarine en suiker, maar mijn lief is op het Achterhoekse platteland opgegroeid. En zij kan zich nog herinneren dat bij vriendinnetjes 's morgens pannenkoeken op tafel stonden. Meestal gebakken door de inwonende 'opoe', die vanwege haar leeftijd was vrijgesteld van het zwaardere werk op de boerderij.
Bij een gemiddelde pannenkoekenrestaurant heb je tegenwoordig keuze uit allerlei pannenkoeken. Al gauw een stuk of vijftig verschillende. Met kaas, worst, spek, uien, appel, rozijnen, nog allerlei andere ingrediënten en in tal van variaties. Tijdens een vakantie in Zeist at ik ooit een pannenkoek met, schrik niet: knapperige Pekingeend, lente-ui, taugé, paprika, kroepoek en pruimensaus. Een wat 'eenvoudiger' creatie met spek, ham, kaas, ui, paprika en champignons zou ook mogelijk zijn geweest.
Zo creatief was opoe vroeger niet. Die bakte gewoon een beslag van meel, (karne)melk en een eitje. Hooguit ging er een stukje spek mee in de pan. Verder geen luxe, tenslotte ging het maar om de dagelijkse kost. Een pannenkoek hoefde niet zo nodig lekker te zijn, als ie maar voedzaam was. En ja, dat waren die pannenkoeken van weleer! Zeker als ze werden gebakken van gruttenmeel. Aan één zo'n dikke bokweiten-Jan Hendrik had je bijna de hele dag genoeg.
En werden die oude Achterhoekers niet hartstikke dik van die pannenkoeken? Nee hoor, al die calorieën werkten ze er gewoon weer af!


Jan Buter

buterneede@hotmail.com

Meer berichten