Een geurig verhaal van Rocco Ostermann

Rocco Ostermann. Foto: PR
Rocco Ostermann. Foto: PR (Foto: )

DINXPERLO - In DE aanloop naar Blue Lake Proms - Sound of Freedom op 22 (20.00 uur) en 23 februari (16.00 uur) schrijft Rocco Ostermann enkele columns in deze krant. Deze concerten van Fanfareorkest Psalm 150 in samenwerking met Rocco, Laura van Kaam en Niels Gooijer biedt het publiek een totaalbelevenis: muziek wordt afgewisseld met door Rocco geschreven Dinxperlose oorlogsverhalen en beelden. Kaarten kosten vijftien euro en zijn verkrijgbaar via www.psalm150.nl en bij Jumbo Arentz.

Een geurig verhaal

Door Rocco Ostermann

Wanneer je aan de oorlog denkt én aan humor, dan is dat wellicht een vreemde combi. Van de andere kant is lachen, humor, ook een wapen om veel iets draaglijker te maken. Humor kan een vrijstaat zijn, zelfs de enige ruimte waarin nog enige verlichting mogelijk is. Lachen is gezond. Zelfs tussen volslagen vreemden is de glimlach de kortste afstand.
En zo stuitte ik tijdens mijn zoektocht naar verhalen over Dinxperlo en De Heurne in oorlogstijd op een, zeg maar, geurig verhaal dat ik u niet wil onthouden.
"30 maart 1945 was het, we zaten in de Voorheurne, met een man of twintig, in een zeven bij twee schuilplaats. Het was eigenlijk gewoon een gat in de grond, amper 1.50 meter diep en dicht bij de achterdeur van de boerderij. Er overheen lag een balklaag, met wat bundels stro en wat takkenbossen, die we met touw en ijzerdraad hadden vastgezet. Overal om ons heen stonden nog zware stukken geschut opgesteld die in de richting van Dinxperlo schoten. Boven ons hoorden we het gieren van de projectielen, de knallende antwoorden die de Engelsen en de Duitsers elkaar gaven, over en weer gaan. Plots hoorden we het geratel van rupsbanden en de grond rondom ons beefde. Ik stak mijn hoofd voorzichtig naar buiten en zag een Engelse tank die op nog geen twee meter van me af aan het schieten was. De tank reed telkens een stukje terug en kwam daarna weer naar voren. Iemand zei: "O jee, stel dat ze denken dat er Duitsers in de schuilplaats zitten. Misschien rijden ze wel over ons heen!" Er moest iemand naar buiten om ze te waarschuwen, maar wie? Eén van ons, notaris Weenink, ging naar buiten. Weenink zag dat alles, elk huis, elke boerderij, in puin lag of brandde. Hij sprak de commandant aan en vroeg hem niet zo dicht bij de schuilkelder te komen met zijn tank. "Ik blijf staan, waar ik sta", antwoordde hij. Weenink zei toen: "Als je dan maar wél weet dat er in de kelder alleen maar Nederlanders zitten." Schijnbaar maakte dit indruk, want één van de mannen kroop naar uit de tank en inspecteerde de schuilplaats. Hij kwam weer naar buiten, schreeuwde wat en de tank reed hard achteruit. Maar o wee, de tank reed te ver en zakte in de tot aan de rand met stront gevulde gierkelder van de buurman. De stinkende derrie stond vijf centimeter dik in de gehele benedenverdieping en de Engelsen kropen scheldend uit de tank. Gelukkig is het voor iedereen, inclusief de Engelsen, goed afgelopen. Het was hierna voorbij. De Duitsers waren afgedropen. Joepie de Poepie, we waren vrij, maar heremetijd, wat ging dat gepaard met een hoop stank zeg!"
 

Meer berichten