Columns

Randbericht | Tuinvogeltelling

Tuinvogeltelling

"We weten steeds meer van steeds minder natuur", zeg ik soms in een sombere bui. Tegen altijd meer willen weten heb ik geen bezwaar, maar ik had graag twee keer 'meer' geschreven. Dat het aantal waarnemingen zo is toe genomen stemt vreugdevol. Het lijkt alsof iedere Nederlander het leuk vindt om beestjes en planten te tellen.
Er zijn steeds meer landelijke tellingen, waaraan iedereen mee kan doen. Bijna elke week is er wat. Het tellen van nog of al bloeiende planten in de winter is nog niet afgelopen, of de tuinvogels staan al klaar om door ons op hun snaveltjes gekeken te worden op de daarvoor gecreëerde voederplekken. Daarna zijn vroege lentebloeiers aan de beurt en in maart letten we op welke vlindersoorten, die als vlinder overwinteren, de winter overleefden.
Later in het jaar spitten we nog in de tuin naar beestjes en tellen we een paar keer tuinvlinders. En dan heb ik het alleen nog over tuinen. Buitenaf kan er ook veel geteld worden. Daarvoor hebben dieren- en plantenclubs allerlei projecten. Wekelijks ergens een route lopen en van alles noteren, het kan. Misschien moet ik mijn verzuchting specificeren: "Steeds meer tellers en natuurwaarnemingen, steeds minder natuurkwaliteit." Als je naar die tellingen kijkt, moet je immers constateren dat er meer natuur is, dan ik dacht.
In de dorpen en steden kwamen altijd al planten en dieren voor. Dat was leuk, maar de echte natuurliefhebber haalde daar zijn neus voor op. Die reed liever honderd kilometer naar een erkend natuurgebied, want daar gebeurde het. Stads- en dorpsnatuur wordt tegenwoordig meer gewaardeerd en is belangrijker geworden voor veel soorten. Tegelijkertijd illustreert dat helaas de teloorgang van grote delen van het buitengebied, sorry, die sombere oprispingen zijn blijkbaar niet te vermijden.
Nu wil ik mijn enthousiasme tonen voor die natuur dichtbij huis en daarom is het hartverwarmend dat in de gemeente Aalten 96 mensen mee hebben gedaan aan de landelijke tuinvogeltelling. Zij zagen 2284 vogels. De huismus werd het meest gezien, ook de koolmees, pimpelmees, merel, vink, houtduif, roodborst, heggenmus, Turkse tortel en kauw werden veel geteld. Al deze soorten zag ik zaterdag in mijn tuin in Winterswijk, alleen de kauw niet. Die werd vervangen door de ekster. Er zijn nog meer soorten gezien, want ik zag een melding van de burgemeester over een grote bonte specht en een zwartkop. Die zwartkop is bijzonder, want die is in de winter niet in Nederland aanwezig, maar in Aalten is vaak wel meer anders.
Ik hoop dat dit aantal tellers over een jaar tien keer zo groot is en dat ze allemaal hun tuinen nog aantrekkelijker zullen maken voor wilde planten en dieren. Ik hoop dat ze dan ook allemaal hun vrienden en kennissen motiveren om dit eveneens te doen. Ik hoop dat ze daarna massaal zullen zeggen dat het met die natuur in ons land echt anders moet. Over vijf jaar wil ik graag zeggen dat we steeds meer weten van steeds meer natuur van goede kwaliteit.

Meer berichten