Columns

Coronacolumn | De ferry vaart weer

De ferry vaart weer

Langzaam keert het tij, maar voorlopig is het nog oppassen geblazen. Zowel bij eb als bij vloed kan de stroming nog verraderlijk zijn, kan het coronavirus je zomaar, zonder dat je er erg in hebt op het strand kwakken of je meesleuren de diepte in. Voorzichtigheid blijft geboden. Zeker voor ouderen. “Het kan weer, maar ik ga toch nog maar even niet naar het restaurant voor een cappuccinootje”, zegt onze ma.

Terwijl bezoek vanaf 8 juli op Schavenweide in Doetinchem elke dag van 9.00 tot 19.00 uur welkom is en er niet meer vooraf gereserveerd hoeft te worden, voelt ma zich weer wat prettiger. “Je mag, op elk uur van de dag, twee mensen op bezoek hebben”, vertelde ze blij. Ze verheugde zich op de komst van haar enige zoon. Vier maanden geleden was hij voor het laatst op haar appartement. “Haal jij even gebakjes?,” vroeg ze, “doe maar mokka, dat vindt ie lekker.”

“Alles goed en wel,” zei een vriend. “Ik hoor je steeds over ma praten, maar hoe heb jij – als mantelzorger – die afgelopen periode ervaren waarin je niet bij haar mocht zijn, terwijl je daarvoor jarenlang zes dagen in de week kwam.”
Ik vertelde over de heftige emoties bij het horen van de sluiting, het gevoel van machteloosheid daarna, het je aan de kant gezet voelen.

Al snel vroeg Schavenweide vrijwilligers. Daar wilde ik me voor opgeven, maar ma, broer en zussen vonden dat geen goed plan. 'Gezien het risico op jouw leeftijd', sprak broerlief namens hen. Het bestuur van Markenheem vond dat vrijwilligers niet ouder dan zeventig mochten zijn.
Ik werd teruggefloten en was een jaar te vroeg geboren.

De eerste tijd van de bezoekersstop wilde ik mijn ervaringen met ma wel van de daken schreeuwen, maar ik dacht dat ik me dan aanstelde, dat ik de enige was die de opsluiting van ouderen in verpleeghuizen ontluisterend vond. Ik voelde me machteloos, lam geslagen, omdat ik de dagelijkse klusjes die ma zo ontzettend veel moeite kosten niet voor haar kon doen. Zij zat op een eiland, onze familie op het vasteland. Maar de ferry ging niet. “Ma”, zeiden we tegen haar via de skype en te telefoon, “hou vol, kijk naar de horizon. Eens zal de steeds groter wordende stip daar de ferry zijn.”

Stapvoets ontdekte ik dat mensen die geen dierbare in een verpleeghuis hadden en die ik over ma's verdriet en angsten vertelde, hier behoorlijk van onder de indruk waren. “Dit kan toch niet. Trek aan de bel, schrijf er over. Dit moet iedereen weten”, spraken ze uit. Maar ik, weegschaal, twijfelde. Totdat via de media verhalen van andere families naar buiten kwamen. Zoveel verhalen te horen, dat was een bijzondere gewaarwording. Langzaam kwam ascendant leeuw in me naar boven.”

De vriend knikte begrijpend. Samen met broer en zussen en andere lieve vrienden had hij me op de been gehouden.

Hij vroeg: “Wat vind je er dan van dat een organisatie in Limburg mantelzorgers in dienst neemt om voor zo'n tien tot vijftien euro per uur zo'n zes uur per week voor hun vader of moeder in het verpleeghuis te zorgen?” vroeg hij.
Ik viel bijna stil, had er eigenlijk nu nog maar één woord voor.
“Bijzonder.”

Reageren?
jgruwel@hetnet.nl

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden