De cover van het boek. Afbeelding: PR
De cover van het boek. Afbeelding: PR
AUDIO

Sander Leest: De soepkippe en andere naregheid - Hartelijke groeten uit het Koolhoven van toen

ACHTERHOEK - Toen ik in een boekwinkel de naam Herman van Velzen op een kaft zag staan, doken meteen drie andere namen in mijn hoofd op. De eerste was Aornt Peppelenkamp. Korte verhalen over deze denkbeeldige figuur verschenen in de jaren negentig van de vorige eeuw elke zaterdag in dagblad De Graafschapbode. Ik werkte op de redactie in Doetinchem, net als Peter Frequin. Op de redactie in Aalten werkte Henk Harmsen. Dat waren de andere twee namen.

Verhalen van Herman van Velzen hadden eerder in diezelfde krant gestaan, gedurende een lange periode, 1935-1974. Ze werden en worden in boeken gebundeld, al sinds 1943 (midden in de oorlog; ze brachten allicht enige troost). Ze gaan niet alleen over Aornt, maar over tal van gewone-ongewone types, schetsen en passant een aardig sociaal beeld van de regio in de loop der jaren. Het vijftigste boek in de reeks ligt, extra mooi vormgegeven, nu in de winkel. Het heet De soepkippe en andere naregheid. Met een inleiding van Theo Roes, de zoon van de schrijver. ‘Herman van Velzen’ was een pseudoniem. Hij heette eigenlijk Frans Roes. Leefde van 1902 tot 1974.

De schrijfwijze van het woord naregheid is interessant. Roes/Van Velzen, geboren in Gaanderen, verhuisd naar Hengelo (G), noteerde zijn verhalen in een mengelmoes van Gaanderens en Hengels dat als vanzelf onder de grootste gemene deler ‘Achterhoeks’ valt. Daarvoor bestaat een officiële spelling, de zogeheten ‘WALD’-spelling, maar de eigenzinnige Roes hield het bij zijn interne woordenboek. Met het gevolg dat je voor sommige woorden (erpels = aardappels) meerdere schrijfwijzen tegenkomt.

Ik spreek geen Achterhoeks, toch zeg ik net als Van Velzen niet ‘narIgheid’, maar inderdaad ook: ‘naregheid’. Wanneer ik dat zo zou schrijven, zou het fout worden gerekend. Van Velzen schreef zoals-ie het zei. Het heeft iets ontwapenends, dat ook uit zijn verhalen spreekt. Ze zijn altijd op z’n minst amusant, met een aantal juweeltjes ertussen. Ze spelen zich af in en rond Koolhoven, het ‘pseudoniem’ van het dorp Hengelo.

Het boek begint met het hilarische titelverhaal, waarin een kip ontsnapt en zich in een duiker verschanst. Ene Jan van Olbert gaat haar achterna. Maar – je weet het van tevoren en toch is het vermakelijk – hij komt met zijn net iets te dikke lijf vast te zitten. Een juweeltje vind ik onder meer het sprookje van de ‘zeuven petten’. Over een kleermaker die de opdracht krijgt om zes petten te maken, maar de stof is groot genoeg voor zeven. Die pet houdt hij zelf. Had-ie beter niet kunnen doen…

Voor eindredacteur Peter Frequin, vorig jaar overleden, viel er aan ‘Aornt’ niets te eindredigeren. ‘Goed stuk, past precies op de pagina,’ zei hij steevast. Op die pagina stond ook de dialectrubriek van Henk Harmsen (1951-2018). Bij wie ik één keer op bezoek ben geweest. De zolder van zijn huis in Stokkum bezweek bijkans onder de verzamelde streekboeken. Ongetwijfeld had hij ook De soepkippe en andere naregheid aangeschaft.

Herman van Velzen: De soepkippe en andere naregheid. Uitgeverij Hermans, Hengelo (G). 17,50 euro.

Luister hieronder naar het voorwoord van De soepkippe en andere naregheid, voorgedragen door Sander. Dit voorwoord is geschreven door Theo Roes, zoon van Herman van Velzen.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden