Op adem komen

Al sinds maart vorig jaar staat ons leven, collectief en individueel, grotendeels in het teken van een virus. Op een manier die niemand had voorzien en ook niet echt had kunnen voorzien. Al hadden deskundigen zeker wel gewaarschuwd voor de risico’s van wereldwijde epidemieën en stonden die ook wel opgesomd in allerlei rampenplannen van de veiligheidsregio’s en GGD’en. Maar tussen het benoemen van een risico en het feitelijke ervaren in de dagelijkse realiteit zit een levensgroot verschil. De vergaande invloed op ons leven was nauwelijks te doorgronden. We zijn hard met de neus op de feiten gedrukt, onze samenleving en onze manier van leven zijn kwetsbaar. We hebben ervaren hoe verweven de wereld is en hoe afhankelijk we van anderen zijn. Economisch bijvoorbeeld. Eén van de grotere bedrijven in onze gemeente, Kaemingk, had vorig jaar enorm last van het op slot gaan van China en het was zeker niet het enige bedrijf. De blokkade van het Suezkanaal liet het onlangs ook weer zien, we leven in een tijd van globalisering. In een auto van nu zitten onderdelen die door honderden bedrijven uit tientallen landen worden geproduceerd. Er hoeft er maar eentje uit te vallen en de productie ligt stil. Maar ook sociaal zijn we steeds meer verbonden met de rest van de wereld. Veel mensen hebben ondertussen familie en vrienden in het buitenland en opeens bleken de open grenzen ook nog dicht te kunnen. De situatie in DinxperWick maakte dat ook duidelijk. Gelukkig wisten we daar samen met de Bocholtse buren werkbare oplossingen voor te bedenken, maar de grensbeleving kreeg weer een grote impuls.

De laatste maanden is het virus flink op zijn retour, de aantallen besmettingen zijn hard terug gelopen al is het nog niet weg en lopen nog tal van mensen het risico flink ziek te worden of erger. Nog even volhouden en voorzichtig blijven is dus nog steeds het motto. Maar het eind is in zicht. Wat hebben we er naar uitgekeken. Je ziet en voelt de hele samenleving op-ademen. Mensen krijgen weer moed, zien weer perspectief, kunnen en durven weer te ontspannen en het chagrijn en gemopper verdwijnen als sneeuw voor de zon. Laten we ervan genieten.

Maar nu we op adem komen is het goed om nog eens dankbaar terug te denken aan de inzet van vele strijders in de frontlinie, de zorg, politie, gemeenteambtenaren en onderwijzers, maar ook onze ministers die de enorme verantwoordelijkheid droegen. En om stil te staan bij de zorgen en het verdriet van velen. Er worden zeker 20.000 geliefden gemist, er wordt gevochten om lichamelijk herstel na een slopend ziekbed en velen hebben zich eenzaam gevoeld, op zichzelf teruggeworpen. Laten we hen ook niet vergeten, en juist nu voor velen het normale leven weer begint om hen heen blijven staan. Een jaar geleden waren we verrast door de grote saamhorigheid in de samenleving. Laten we ook nu weer laten zien dat we een zorgzame gemeenschap zijn, dat naoberschap meer is dan folklore uit het verleden.

Anton Stapelkamp

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden