"Laaghangend fruit" zoals bramen. Foto: Bernhard Harfsterkamp
"Laaghangend fruit" zoals bramen. Foto: Bernhard Harfsterkamp

Op zoek naar een locatie voor voedselbos in Aalten of Winterswijk

Niet meteen financieel interessant voor een boer

Door Bernhard Harfsterkamp

AALTEN – Meer bomen op en bij landbouwgrond leiden tot meer soorten planten en dieren. Ze hebben daarnaast een positief effect op de opbrengst van gewassen. Toch is de aanleg van bijvoorbeeld voedselbossen voorlopig nog niet financieel interessant voor agrarische ondernemers. Dit bleek op een informatieavond over agroforestry en voedselbossen op woensdag 17 november. 

De avond werd georganiseerd door Tonny Stoltenborg van de Initiatiefgroep Voedselbossen Aalten/Achterhoek. De groep is op zoek naar een locatie voor een voedselbos in de Achterhoek. “Het liefst in Aalten of Winterswijk van vijf hectare minimaal.” Daar kan onderzocht wat de opbrengsten zijn en of het wel of niet interessant is voor een boer. Op zoek naar zo’n locatie kwam Stoltenborg in contact met de Groene Kerken, een organisatie die stimuleert dat er meer aandacht wordt besteed aan duurzaamheid en vergroening. “Kun je hierover een informatieavond organiseren vroegen ze en dat heb ik gedaan.” In Nederland zijn er al meer dan 300 groene kerken. “De kerken hebben grond”, zegt Stoltenborg, “Bij het verpachten daarvan zouden ze eisen kunnen stellen. Bijvoorbeeld dat er geen gewasbeschermingsmiddelen meer worden gebruikt. Of ze zouden grond ter beschikking kunnen stellen voor een voedselbos.”

Voedselproductie in meerdere lagen
Een voedselbos is een bos met veel drachtbomen en -struiken. “Het is het volgende niveau van een moestuin”, zei Jiska van Vliet van de Gelderse Natuur- en Milieufederatie. “Het is voedselproductie in meer lagen het jaar rond. In alle seizoenen is er wel iets te oogsten.” Het dichtst bij de grond groeien struiken zoals bramen en frambozen. De struiklaag kan bestaan uit hazelaars. Daarboven verschijnen bomen van verschillende hoogte, zoals de walnoot, de zoete kers en tamme kastanje. Er kunnen nog veel meer inheemse soorten gebruikt worden. Het kunnen ook ‘exoten’ zijn. Tenslotte gaat het om een mengvorm van bos- en landbouw. Een voedselbos is door de bomen en struiken in meerdere etages aantrekkelijk voor allerlei planten en dieren. “De biosdiversiteit is hoog. Er wordt weinig tot geen mest gebruikt en geen gewasbeschermingsmiddelen”, zei Van Vliet.

Eerst investeren, opbrengst pas later
De verkoop van de noten en vruchten kan voor de agrarische ondernemer of een andere eigenaar een extra verdienmogelijkheid zijn. In het begin is dat wel lastig, want het duurt jaren voordat bomen en struiken vruchten en noten produceren. “Er zijn wel gewassen die in de eerste jaren opbrengst hebben”, zei Van Vliet. Het gaat hierbij om ‘laaghangend fruit’, zoals bramen en frambozen of rode en zwarte bessen. “Grote inkomsten komen pas later.” Daarvoor moet dan ook nog een afzetmarkt zijn. Stoltenborg denkt dat het grootste rendement is als daarvoor de producten in de streek zelf kunnen worden verkocht. Een voedselbos vraagt in de eerste jaren een flinke investering zonder dat er veel opbrengst tegenover staat. Het gaat bij de start om de kosten van de grondaankoop, het grondverzet en het plantmateriaal. “Voor een boer is het niet in één generatie een verdienmodel”, aldus Van Vliet.

Bomen en struiken afwisselen met landbouwgewassen
Er was op de avond ook aandacht voor agroforestry, letterlijk vertaald boslandbouw. Stroken en weiden met bomen en struiken worden afgewisseld met akkers en weilanden. Piet Rombouts noemde het een vorm van duurzame landbouw. “Het is een bewuste keuze om bomen te integreren in de bedrijfsvoering, waarbij landbouwgrond wel landbouwgrond blijft.” Op verschillende plekken passen boeren het toe. Rijenteelt is het meest gebruikelijk. Tussen de weilanden of de percelen met akkerbouwgewassen zijn stroken met bijvoorbeeld hazelaar of populier aangeplant. Volgens Rombouts moet het eenvoudig worden opgebouwd, niet meteen met teveel verschillende teelten. De bomen en struiken zijn niet nadelig voor de landbouwgrond. Ze dragen er aan bij dat de opbrengst van de landbouwgewassen toeneemt. Andere voordelen zijn dat de boomstroken er voor zorgen dat de bodem vochtiger blijft en dat er een beter microklimaat is. De biodiversiteit wordt groter, omdat tussen, onder en op de bomen en struiken allerlei planten en dieren voorkomen. “Er zijn veel manieren om hiermee bezig te gaan”, zei Rombouts. In Gelderland kunnen landbouwbedrijven die bezig willen met agroforestry subsidie krijgen voor het opstellen van bedrijfsplannen en voor de aanplantkosten. 

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden