Judith en haar vader Henk Wiggers bij de stolperstein van Hendrik Jan Wiggers. Foto: Karin Stronks
Judith en haar vader Henk Wiggers bij de stolperstein van Hendrik Jan Wiggers. Foto: Karin Stronks

Hoe leven nazaten met het oorlogsverleden van hun voorouders?

In de aanloop van 75 jaar bevrijding is er veel aandacht voor verhalen uit de tweede wereldoorlog. Grote verhalen van de invasie, bittere strijd van legers uit diverse landen, de onvoorstelbare holocaust, maar ook steeds meer persoonlijke verhalen van verzetsmensen en mensen die onderduikers verstopten komen naar buiten. Steeds minder mensen kunnen erover vertellen, of ze zijn overleden of ze maakten de oorlogsjaren mee als jong kind. Inmiddels leven generaties door, nazaten van mensen die de oorlog hebben meegemaakt, die angst kenden, die in het verzet actief waren. Hoe gaan de nazaten om met het oorlogsverleden van hun voorouders? Galmt de narigheid na, voelen ze het verleden in zich, of juist niet? Vier nazaten uit Aalten vertellen hierover.

(door Karin Stronks)

Aalten - Dick Wikkerink is de kleinzoon van Ome Jan Wikkerink, leider van de Aaltense verzetsbeweging en districtshoofd van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Bij Dick en zijn vrouw Henriëtte in de schuur zijn jongens aan het klussen.

Dick zegt: "Ik heb ruimte over en er zijn veel jongeren op zoek naar een schuurtje waarin ze kunnen sleutelen of klussen. Wij hebben zelf geen kinderen en vinden het leuk om deze jonge mensen een werkplek te bieden!" Dick bladert in een fotoalbum. Hij mijmert: "Het klinkt raar maar op de begrafenis van mijn opa, ome Jan, hoorde ik verhalen over hem die ik niet wist. En nog steeds komen verhalen boven water. Opa vertelde er niet over, hij wilde vooruit, verder."

Manspersoon
De vader van Dick overleed toen Dick tien jaar was. "Opa kwam vaak bij ons, hij was zo'n beetje de manspersoon in ons leven. Geen vaderfiguur overigens. Hij nam ons wel eens mee uit wandelen en sneed dan een fluitje uit een boomtak." Dick sprak op de begrafenis van Ome Jan Wikkerink, zijn moeder probeerde hem nog tegen te houden. "Ik vertelde dat mijn opa niet alleen een verzetsman was maar dat wij hem heel anders kennen."

Behulpzaam
En Dick zegt bedachtzaam: "Opa was behulpzaam en had het hart op de juiste plek. Hij wilde niet op de voorgrond treden. Dat men een straat naar hem wilde noemen, daar wilde hij bijvoorbeeld niets van weten. Volgens mij is hij bij toeval met het verzet in aanraking gekomen. Hij kwam, net als dominees en dokters, veel rond als aannemer, hij had veel connecties. Daardoor kon hij gemakkelijk onderduikplekken regelen, zo begon hij met het verzetswerk. Hij had gewoon compassie voor de medemens."

Henriëtte Wikkerink merkt op: "Ja Dick, jij hebt best gelijkenissen met jouw opa. Ook jij hebt wat voor mensen over."

Dick moest in militaire dienst, hij gaf zich op om naar Libanon uitgezonden te worden. "Zes en een halve maand was ik daar. Ik had het gevoel dat ik iets terug moest doen, de keuze van Libanon was een antwoord en dank voor het verzet en de bevrijders. We maakten beschietingen mee, van afstand. Ook viel Israël Libanon binnen, ondanks afspraken om dat niet te doen. Dat vond ik toch wel vreemd", herinnert Dick zich. Hij vervolgt: "Een tante van mij was in de oorlog koerierster. Zij heeft dat als traumatisch ervaren. Haar kinderen, mijn neven en nichten, zijn heel anders opgegroeid met het verleden dan ik."

Hendrik-Jan Wiggers
Henk Wiggers en zijn dochter Judith zijn nazaten van Hendrik-Jan Wiggers. Henk woont in het huis, buitenaf in de Wolboom, Dale, waar zijn opa met zijn familie een Joods gezin heeft verborgen. Ook kwamen vaak mensen van het verzet op de boerderij om plannen te maken, te overleggen over acties. Nadat Aaltense verzetsmensen zijn verraden is Hendrik-Jan opgepakt. Hij stierf in kamp Dora Mittelbau op 58-jarige leeftijd. Henk vertelt: "Mijn vader Johan was toen 23 jaar en runde samen met zijn moeder, mijn oma, en de familie de boerderij. Het Joodse gezin overleefde de oorlog, moeder, vader en twee zonen."

Yad Vashem
Henk vervolgt: "Het schijnt dat opa heeft gezegd 'Ik hoop niet dat hier Joodse mensen komen maar als ze komen dan laat ik ze niet gaan'. Nou en er kwamen Joden hier. Ja er is best veel gebeurd hier maar het beheerst mijn dagelijkse leven niet, ik sta er niet vaak bij stil. We worden wel regelmatig met het verleden geconfronteerd. Zoals toen opa en oma postuum de Yad Vashem onderscheiding kregen. Ook is hier een Stolperstein geplaatst voor opa, dat is wel bijzonder ja. Mijn vrouw legt er telkens weer een steentje op. De Aaltense Stolpersteine zijn opgenomen in een fietsroute, er komen ook wel eens mensen van de Aaltense synagoge met gasten kijken naar de Stolperstein voor opa."

Jeruzalem
Judith, achterkleindochter van Hendrik-Jan Wiggers, vindt het heel interessant wat er allemaal gebeurd is. Ze zegt: "Ik ga zeker nog een keer naar Jeruzalem, naar het park dat gewijd is aan de 'Rechtvaardigen onder de Volkeren'. Daar staan alle namen van mensen die de Yad Vashem onderscheiding hebben gekregen in een muur gebeiteld."

Ze vult aan: "Er werd heel weinig verteld over de gebeurtenissen in de oorlog. Ik denk dat mensen zich toen erg eenzaam moeten hebben gevoeld met hun angsten, onzekerheid en met het verdriet. Wat ik erg jammer vind is dat er geen graf is van mijn overgrootvader Hendrik-Jan, er is geen gedenkplek. Dat houdt mij wel bezig."

Onderzoek
Jan Wikkerink is een kleinzoon van Hendrik-Jan Wiggers, zijn hoogbejaarde moeder Lien, dochter van Hendrik-Jan, leeft nog. Judith is bij het gesprek. Jan vertelt: "Tot 2012 hield ik me niet zo bezig met het verleden. Dat veranderde nadat opa en oma postuum de Yad Vashem kregen. Ik wilde weten wat er is gebeurd en ging op onderzoek uit.

Hij bladert in een map met talloze documenten die hij in de loop van de jaren verzamelde. "Duitsers zijn nauwgezet, we hebben zelfs een overlijdensacte van opa, sinds kort weet ik dat hij is gecremeerd. Voor zijn boerderij, waar het Aaltense verzet samenkwam, waar het Joodse gezin Meyler was verborgen, is een Stolperstein geplaatst. Voor mij is dat een herdenkplek, als een graf, een soort afsluiting.

Nieuw informatie
Of ik er slapeloze nachten van heb? Nee dat niet, maar het oorlogsverleden van opa houdt me wel bezig. Ik wil weten wat er is gebeurd. Er komt nog steeds nieuwe informatie naar boven. Vroeger werd er niet over gepraat, mensen wilden verder. Maar nu beseffen mijn moeder, haar zus en haar broer dat ze het nu nog kunnen vertellen. Dat de verhalen doorgegeven moeten worden. Ik denk dat ik nu meer weet van het verleden dan dat mijn moeder destijds wist."

Hij vervolgt peinzend: "Waar ik wel eens moeite mee heb is dat het leven van mensen die niets op het spel hebben gezet in de oorlog gewoon doorging. Ik bedoel dat mensen die veel hebben geriskeerd vaak veel hebben verloren. Tot hun leven of het leven van een geliefde toe. Mensen oordelen vaak gemakkelijk vanuit hun luie stoel. Dan zeg ik 'probeer je eens in te leven in de situatie van toen'. Wij weten hoe het is afgelopen, we hebben geen idee hoe het is als je er middenin zit."

Zwarte Kees
Volgens Jan is hij in de verte nog familie van Ome Jan Wikkerink. Jan heeft door zijn onderzoek veel contact gehad met betrokkenen uit het oorlogsverleden.

"Met de dochters van Henri en Arthur Meyler, de kinderen van het Joodse gezin die bij opa waren ondergedoken, hebben we contact gehad. Kort geleden heb ik de kleinzoon van verzetsman Zwarte Kees, Cornelis Ruizendaal, ontmoet. Hij wil graag op de boerderij komen kijken. Ja, ik heb inmiddels zoveel informatie dat ik er een boek over kan schrijven. Misschien komt het er nog wel van. Graag wil ik nog naar Jeruzalem. Dat schijnt indrukwekkend te zijn, het park, de muur met namen. Voor mensen die hier iets willen doen is er een website, Erelijst van Gevallenen, daar kan men virtueel een bloemetje leggen."

Meer berichten