A.L. Snijders | Zinnen

  Column

De eerste zinnen stappen uit de trein, benieuwd naar de broodjesverkoper. De korte zinnen lopen direct naar de uitgang, de lange zinnen aarzelen, zij weten op hun beurt weer niet waar je moet zijn voor de vis.

Mijn buurvrouw van drie hoog wil ze helpen. Het is altijd hetzelfde, het maakt niet uit of het korte of lange zinnen zijn, ze worden bedonderd zowel door de broodjesverkoper als door de visman. De buurvrouw woont al haar hele leven op drie hoog. Ze is twee keer getrouwd geweest. Haar eerste man is onder de trein gekomen toen na het uitstappen zijn jas tussen de deuren kwam en hij werd meegesleurd. Haar tweede man heeft haar in stilte verlaten en na zeven jaar een bericht gestuurd uit Canada, waar hij de leiding had in een groot zuivelbedrijf. Hij schreef niet waarom hij haar had verlaten, maar hij vroeg wel hoe het met haar ging. Aan de buurvrouw is deze tegenslag in de liefde niet te zien, zij is van nature een helpend mens. Haar laatste project betreft de zinnen. Niet iedereen heeft ze al waargenomen. Ik heb er in ieder geval nog niemand over horen praten, behalve de buurvrouw van drie hoog. Ze loopt altijd naar de trein als ze vermoedt dat er zinnen vervoerd worden. Ze weet dat die nooit aan hun trekken komen als ze iets te eten willen kopen. Dat heeft tot gevolg dat de buurvrouw ze opwacht en met ze naar driehoog loopt, ik hoor ze op de trap. Ze maakt altijd soep, daar houden ze van. Na een uurtje vertrekken ze weer, je kunt het verschil tussen korte of lange zinnen niet horen. Daarvoor moet je dan weer naar de bibliotheek.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden