Foto:

Column Herlinda: Rupsje nooitgenoeg

  Column

Het is warm. Ik hou ervan. De mensen niet. Die klagen. Dat kan ik boven in de boom horen. Ik zit gezellig met al mijn vriendjes bij elkaar in een zelfgemaakt huisje. We houden elkaar warm en knuffelen met onze haartjes tegen elkaar. Nu nog wel. Maar nog heel even en dan is dat voorbij. Dan mogen we de wijde wereld in. Dan ontpoppen wij ons als vlinders. Stiekem probeer ik al uit het groepshuis te ontsnappen. Langzaam naar beneden langs de boom. Naar de enge wereld. De wereld die niet van ons houdt. Zonder dat ik iets gedaan heb, is de hele wereld tegen me. Ik kan er toch niets aan doen dat ik af en toe een haartje verlies? Ik ben ook de jongste niet meer. Per slot van rekening ben ik bijna een vlinder. Daarbij, het waait de laatste tijd nogal stevig. Ik vind het best lastig om dan de boel bij elkaar te houden zo hoog in de boom. Die wiebelt alle kanten op.

Mijn ouders vertellen wel eens hoe het vroeger was. Heel lang geleden waren we een hele grote familie. Alleen toen kwam de oorlog. De mensen plantten allerlei rare bomen. De meeste oude oerbomen verdwenen. Er kwamen steeds meer machines die het gras maaiden, die het blad wegbliezen. De egels, de vogels, de wormpjes schrokken daar zo van. We probeerden allemaal te overleven. Maar het ging maar door. De mensen wilden opeens speciale groenten en fruit. Ze moesten glimmen. Er mochten geen plekjes meer op zitten. Dat ziet er vies uit vinden ze. Dat is natuurlijk lastig want ik en mijn vriendjes zijn in de buurt en wij lusten ze ook wel. We waren niet welkom, het was niet ons eten. Dus werden heel veel dieren massaal uitgeroeid. Ze kregen geen ander voedsel, want de planten verdwenen ook steeds meer.

Er kwamen steeds meer tegels in de tuin. Omdat de mensen zo druk zijn. Omdat ze niet van 'viezigheid' in de tuin houden. Elk groen plukje tussen de tegel werd weggespoten. Totdat mijn familie het niet meer pikte. We maakten een vuist naar de wereld. We vallen ze massaal aan. Massaal kruipen we in onze nesten, laten we onze haartjes vallen en zorgen we ervoor dat de mensen jeuk en branderige ogen krijgen. Mijn familie en ik hopen dat de wereld nu eindelijk eens gaan nadenken wat ze met hun eigen belang aanrichten in onze natuur. In hun 'natuur'.

Herlinda ter Maat

Meer berichten