Tijmen Botma dirigeert. Foto: Roel Kleinpenning
Tijmen Botma dirigeert. Foto: Roel Kleinpenning foto Roel Kleinpenning

Tijmen Botma gaat 25 jaar met plezier naar Psalm 150

Muziek

DINXPERLO - Dirigent Tijmen Botma viert met fanfareorkest Psalm 150 op 26 november zijn zilveren jubileum als dirigent. Hij voelt een sterke band met het orkest, dat hem de gelegenheid gaf het programma van het jubileumconcert zelf samen te stellen.

Door Josée Gruwel

Tijmen Botma (Eefde 1962) komt uit een muzikale familie. Zijn opa was dirigent van een koor en een fanfare, zijn moeder zong in koren en veel neven en nichten gingen de muziek in. Als klein ventje was Tijmen altijd bezig met ritme en muziek maken. Hij trommelde op pannen, liet door middel van borden een toonladder klinken, zong de tweede stem bij slaapliedjes. Het pianospel van de buurvrouw en het harmonium van een vriendje intrigeerden hem.
Toen zijn zusje vertelde over de aardige, nieuwe dirigent (Henk van Loo) van het harmonieorkest Gorssel-Eefde, werd hij ook lid. In een muziekklasje maakte hij wekelijks kennis met allerlei instrumenten. Daar hoorde hij de cornet en raakte verliefd op het geluid ervan en op de klankkleur van het instrument in samenspel met andere instrumenten. Op zijn elfde nam hij deel aan een solistenconcours en behaalde de eerste prijs. Hij werd gescout voor het Nationaal Jeugdkorps door Piebe Bakker en gevraagd om auditie te doen. “Dat korps - later het Nationaal Jeugd Fanfare Orkest - was zo goed, dat ik dacht, daar kom ik nooit bij. Een jaar later zat ik er en een wereld ging voor me open. Ik maakte muziek met gelijkgestemden, voelde wat het betekende om op hoog niveau te spelen.”

Muziek op de eerste plaats
Met 16 jaar deed Tijmen toelatingsexamen voor het conservatorium in Zwolle. Hij werd de jongste student, met als hoofdvak trompet, daarnaast ging hij in het tweede jaar HaFaBra-directie ((harmonie, fanfare, brassband) studeren. “Ik wist al vanaf het begin dat ik dirigent wilde worden, maar wilde ook ervaren wat het betekent als je op hoog niveau een instrument bespeelt. Die ervaring vond en vind ik van wezenlijk belang voor een dirigent.”
In 1984 en 1985 haalde hij op de Muziek Pedagogische Academie in Leeuwarden zijn bachelor Trompet en HaFaBra-directie.
Inmiddels had hij met zijn vrouw Petra Zijlstra, getalenteerd hoornist, een jong gezinnetje. “Dat was hard werken in de tachtiger jaren, want naast het gezin stelden we steeds alles in het werk om in de muziek zo ver mogelijk te komen. Eigenlijk stond de muziek altijd op de eerste plaats.”
Halverwege de negentiger jaren haalde hij zijn master degree aan het Conservatorium van Amsterdam.

Klik met Psalm 150
In 1997 was Psalm 150 op zoek naar een nieuwe dirigent. “Ik speelde destijds bij Soli Deo Gloria, een bekende brassband, werd daar later tweede dirigent, werkte als gastdirigent voor de NCRV bij het programma ‘U zij de glorie’ en kreeg veel werk en kansen bij muziekuitgeverij de Haske. Ik kende Psalm 150. Er was meteen een goede klik. Ik kon de muzikanten veel vragen en zij konden veel aan. We wilden op hoog niveau muziek maken.”
Leiding geven aan een orkest is volgens Botma je zaakjes voor elkaar hebben, veel vertrouwen geven, eerlijk zijn, veel partituurstudie en veel uitleggen en instructies geven. Door het af en toe meenemen van goede (beroeps) muzikanten laten horen wat je bedoelt met bijvoorbeeld lange lijnen maken, klankvoorstelling en articulatie.

Vernieuwend
Om met Psalm 150 op hoog niveau te spelen, waren er in eerste instantie best wel veel invallers nodig. Botma’s ambitie was om dat te veranderen. Hij wilde het niveau van de muzikanten over de breedte van het hele orkest beter maken. “Nu spelen we op een heel hoog niveau, waarbij we ook af en toe professionals mee laten spelen. Er is zelfs een aantal leden die van hun hobby hun beroep hebben gemaakt. Dus die professionals hebben we zelf opgeleid. Nu willen we alleen maar zoveel mogelijk spelen vanuit de kracht van de eigen muzikanten van Psalm 150.”
Qua repertoire probeerde de dirigent steeds vernieuwend te zijn. “Nieuwe composities van ook componisten die niet alleen uit het HaFaBra-wereldje komen, met andere invalshoeken en klankidiomen.”
Als we Botma vragen wat qua persoonlijkheid zijn kracht als dirigent is, vertelt hij: “Het verbinden van mensen, het samen doen, zorgen voor een goede sfeer, op een ongeforceerde manier het onderste uit de kan willen halen, op een positieve manier prikkelen, zodat de muzikanten voor je door het vuur gaan.”
Psalm 150 is in die jaren een vereniging geworden met heel goede muzikanten, waarbij het A-orkest speelt in de concertafdeling (het hoogste niveau).

Koninklijke Militaire Kapel
Botma is jurylid bij concoursen en kampioenschappen, hoofdvakdocent HaFaBra-directie aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen, auteur van de lesmethode Horen, lezen & Spelen en hij dirigeerde onder andere vijftien jaar het Gelders Fanfare Orkest. Van 2007 tot 2012 was hij chef-dirigent van het militaire professionele Fanfare Korps Koninklijke Landmacht ‘Bereden Wapens’ en vanaf 2013 tot nu is hij chef-dirigent van de Koninklijke Militaire Kapel Johan Willem Friso in Assen. Ook treedt hij regelmatig op als gastdirigent bij beroeps- en amateurorkesten.
“Als dirigent van een beroepsorkest voel je je als een chauffeur die in een Ferrari rijdt. Je geeft leiding aan fantastische muzikanten, waarbij je weet wat haalbaar is qua spel en repertoire. Die ervaringen neem ik natuurlijk graag mee naar Psalm 150.”

Hoogtepunten
In de afgelopen 25 jaar heeft Botma tal van hoogtepunten met Psalm 150 meegemaakt. Hij noemt de Blue Lake Proms, het drie keer deelnemen aan het Wereld Muziek Concours, de reis naar Szubin in Polen, waar zijn dochter Rianne meezong, de Nederlandse Fanfare Kampioenschappen in Drachten, het hoornconcert dat hij voor zijn vrouw Petra had laten schrijven en gespeeld werd tijdens een concours in Zutphen, cd-opnames. “Ook een van de hoogtepunten is dat ik er drie kleinkinderen aan heb overgehouden. Zoon Jeroen ging al op jonge leeftijd met me mee naar de repetities van Psalm 150 en leerde daar zijn huidige vrouw Melissa kennen.”Op persoonlijk vlak voelt Botma heel sterk de band met het orkest. “Het zijn warme, lieve mensen, heel betrouwbaar. Ik ga ontzettend graag naar hen toe.  Iets wat ik nooit zal vergeten, is dat toen mijn schoonmoeder in 2001 overleed, een aantal bestuursleden de moeite nam om helemaal naar Friesland te komen voor de begrafenis.”

Jubileumconcert
Voor het jubileumconcert in Het Blauwe Meer in Dinxperlo mocht Botma zelf het repertoire samenstellen. “Er worden drie nieuwe werken gespeeld. Een daarvan, de titel wordt tijdens het concert bekend gemaakt, is speciaal voor mij geschreven door mijn bevriende componist Kevin Houben uit België. Mijn drie muzikale kinderen en mijn vrouw spelen hierin een hoofdrol. In het tweede werk ‘Mantra’ van Thomas Doss is de thematiek van de melodie van psalm 150 verwerkt. Het derde werk is een mars geschreven door mijn vriend Harrie Janssen.” Verder wil hij wel kwijt dat Gido van Schijndel een mooie trombonesolo speelt in ‘Berceuse de Jocelin’ van Benjamin Godard. Ook Botma’s lievelingswerk ‘Resurgam’ van Eric Ball zal klinken.

Toekomst
Botma’s wens voor de toekomst is om op een heel hoog niveau muziek te blijven maken. Hij is niet van zins om – als hij in 2024 stopt met de Koninklijke Militaire Kapel – ook weg te gaan bij Psalm 150. “Zoals ik het nu voel blijf ik graag. We kunnen elkaar nog inspireren en veel mensen blij maken met onze muziek.”

Advertenties doorgeplaatst vanuit De Band