Column De Buitenstaander
Column De Buitenstaander

Column De Buitenstaander, Rocco Ostermann

Opinie

Met de trein

Het was op een zonovergoten meidag en ik zat in de trein naar Amsterdam. Een vrij lange man van een jaar of zestig zat met zijn jongere blonde vriendin in een stiltecoupe. Ik zat daar ook, met een boek in mijn handen. Ik kon niet goed in het verhaal komen en daardoor kon ik het gesprekje tussen de twee extra goed horen. 

De man had een azuurblauw hemdje zonder mouwen aan, waar een paar flink gespierde armen uit kwamen. Bruine armen, ontegenzeggelijk gekweekt onder de low-budget lampen van een zonnestudio. Zijn armen zagen er uit als twee gehaktstaven die de hele dag als duo in een bakje hadden liggen wachten, achter het automatiekdeurtje bij een tankstation. Niemand had ze gekocht. Enfin. De jonge vrouw keek aandachtig naar de man, toen deze zijn armen quasi juichend in de lucht stak, terwijl hij langgerekt gaapte. Het was blijkbaar een lange nacht geweest. Of een korte, zo u wilt. Zijn mond stond tijdens het gapen wagenwijd open. Ondertussen keek de jonge vrouw, eveneens met haar mond ietwat open, gebiologeerd naar zijn oksels. Ik zag haar denken. 

’Hans?,’ zei ze op een nieuwsgierige fluistertoon.
‘Ja?,’ repliceerde Hans op een toontje alsof hij wilde zeggen, ‘ik ben al bijna aan het slapen.’
‘Het viel me gisteravond ook al op. Je hebt daar allemaal van die kleine wratjes zitten, lijkt het wel. Of wat zijn het? Het zijn er best veel. Is dat van ouderdom?’

Hans was meteen weer klaarwakker.

‘Nee, joh, dat heb ik laten aanbrengen bij Dokter Maloni in Delft. Dat was duur joh! Je denkt zeker dat Botoxen duur is of niet? Nou, wacht maar tot je deze jongens wilt. Ik wilde eerst een piercing, of een wijnvlek, maar toen dacht ik, weet je wat? Ik laat mij krentenwratjes zetten. Zo heten ze namelijk. Krentenwatjes, wratjes bedoel ik, krentenwratjes. In een hartjesvorm, onder mijn oksel. Eentje links en eentje rechts. Ik ben nogal symmetrisch ingesteld, weet je. Ik las daar dus eens iets over. ‘Krentenwratjes voor de rijpe man’, zo luidde de advertentie, nou, dat leek me wel wat.’
‘Laat eens zien dan?’
‘Wat?’
‘Of ze in de vorm van een hartje zijn? Voor wie heb je dat trouwens dan laten doen?’
‘Hoezo voor wie?’
‘Nou, die hartjes, dat doe je toch met een speciaal iemand in gedachte?’
‘Waarom? Dat hoeft toch niet? Dat kan ik toch ook voor mezelf doen? Ik vind die hartjes gewoon mooi.’
‘Weet je wat Hans?, zei de jonge vrouw plots enthousiast: ‘Dan gaan we straks gezellig naar Hanky Panky en dan trakteer ik jou op een tattoo. Dan zet je mijn naam onder het ene krentenhartje. En dan zet je je eigen naam onder dat andere hartje. Romantisch toch?’

Hans keek haar indringend aan, alsof hij nu echt zeker wist dat het IQ zou kunnen worden afgelezen aan de hand van een enkele blonde haar. 

Hans, die door had gekregen dat ik het gesprek had kunnen volgen, keek mij kort aan en ik zag dat hij lichtjes knipoogde en zijn hoofd ietwat schudde. Toen wendde hij zich weer naar zijn vriendin en zei heel langzaam en droogjes: ‘Dit, was, een …grapje …’

‘Ja, maar,’ stotterde de vrouw, ‘ik weet toch niks van, euh, grapjes of humor, ik snap dat niet. Dat had ik toch al gezegd!,’ antwoordde de vrouw met een hulpeloos gezicht.

Ik had met beide te doen.

Advertenties doorgeplaatst vanuit De Band