Afbeelding

Column De Buitenstaander: Leven in de brouwerij

Opinie

Het was op 29 februari 2000, het was dus een schrikkeljaar, en corona stond ons ook nog te gebeuren (maar daar hadden we toen nog geen weet van). Ik liep die zaterdagmiddag zeer goedgemutst over een strak tegen een huizenblok aanliggend trottoir, en wilde de hoek om gaan, de volgende straat in.
Ik was de hele dag al heerlijk aan het zingen, en dan vooral in mijn bovenkamer, waar een opera in volle gang was.
Ik zong mijn favoriete aria ‘E lucevan le stelle’ uit Puccini’s magnum opus ‘Tosca’ en de uitvoering was op z’n ‘Rocco Pavarottis’, dus vitaal en vrij hard.
Ik weet natuurlijk niet hoe dat bij jullie gaat, als er al gezongen wordt in het hoofd, maar als ik van binnen maar lang genoeg zing, moet het op een gegeven ogenblik uit m’n kop en begin ik dus daadwerkelijk, en voor iedereen hoorbaar ook, vurig te zingen. Dat levendige moment was aangebroken, precies op het punt dat ik het hoekje omging, terwijl ik de tekstfrase: ‘E non ho amato tanto la … (even flink ademhalen) VITAAAAAAA!!!!!,’ temperamentvol uit mijn keel liet knallen. (De liedtekst geeft uitdrukking aan het verschrikkelijke gevoel van wanhoop dat de niet te benijden hoofdpersoon ondergaat. Hij zal de volgende ochtend, pal na zonsopkomst, worden geëxecuteerd en terwijl hij ‘s nachts eenzaam in zijn cel tussen de tralies door naar de sterren kijkt, overvalt hem het brute besef dat hij nog nooit zo’n diepe liefde voor het leven heeft ervaren, als juist nú). En zó zingend, met zwaar doorvoelde affectie en elke porie van mijn lichaam geladen met emotie, beëindigde ik met het woordje ‘VITAAAAAAA!!!!!’ bijna het aardse bestaan van de persoon die mij ontmoette, exact op het moment dat ik de afslag nam.
Tsjongejonge, die kolderieke scene had als gegoten in een Laurel en Hardy klassieker gepast. Ik heb nooit geweten dat een dame van zeker 85 nog zó hard kan gillen joh! Darwins veer kronkelde ooit op het papier: ‘Zoals een lange calculatie onmogelijk is zonder cijfers of algebra, kan een lange en complexe gedachtegang net zo min worden opgebouwd zonder woorden, of die nu worden uitgesproken of in stilte worden gedacht.’ Denken gaat dus door middel van taal.
Daar voeg ik, geïnspireerd door bovenstaand relaas, met enige graagte aan toe, dat keihard schrikken meestentijds wordt vertegenwoordigd en verklankt door de uitstoot van slechts één klinker, en vooruit, een paar uitroeptekens. Ik zelf kies onbewust meestal de letter A: ‘Aaaaaagh!’ De oude dame koos de waarschijnlijk van kinds af al favoriete schrikletter I: ‘IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII!!!’
Daarnaast was ik ook danig onder de indruk van de door mij niet vermoede sprongkracht, die teckels blijkbaar bezitten. Haar exemplaar sprong wel een meter hoog, wat ik best indrukwekkend vond voor zo’n frikandel op pootjes. Maar die arme, arme vrouw. Och, och. Haar hart moet de rest van die ‘schrikkel-dag’ nog steeds een schavotroffel hebben gehad. Ja, toen ik het hoekje omging, kwam er leven in de brouwerij.

Tekst: Rocco Ostermann

Advertenties doorgeplaatst vanuit De Band