Afbeelding

Column Buitenstaander: Een fraai lesje met-beide-voetjes-op de-grond-blijven

Opinie

Een fraai lesje met-beide-voetjes-op de-grond-blijven

In Dinxperlo werd mijn gedicht onthuld. Nou ja, onthuld, het was al maandenlang open en bloot te lezen op een indrukwekkend lange stenen boog. Het voelde die ochtend weer aan alsof ik naar de uitvaart van mijn ma ging. Dat kwam natuurlijk omdat ze er niet bij zou zijn. Ik had er maagpijn van. Op zulke bijzondere dagen wil je dat je geliefden erbij zijn, zeker als het in je geboorteplaats is. Een gedicht maken over je geboortedorp is ook niet niks. O o o mijn dorp, wat moest ik er over schrijven? “Ik was er klein, ik werd er groot, en wat later zeiden ze: wat een idioot!?”
Ik hoopte bovenal dat het schrijfsel velen zou aanspreken, herkenbaar zou zijn, dat het DNA van ons dörpken, de ziel, er in zou doorschijnen. ‘t Dorp had in de Middeleeuwen verschillende namen, zoals ‘Dingkesloe’, dat was rond 1260, en vijftig jaar later heette het ‘Dinkesberne’ en weer een jaar later heetten ‘t ‘Dinkeloe’, wat een open plek in het bos aan een riviertje aanduidt. Daarna werd het Dinsperloe, Dinsperlo, DinKsperlo, en toen kreeg Dinxper uiteindelijk de X-factor. Maar hemeltjelief, dát duurde wel een heel stuk langer dan de naam Engelbert Humperdinck te verzinnen, die eigenlijk gewoon Arnhold Dorsey heet. Ik moest denken aan een droogkomische monoloog van Eddie Izzard: ‘Engelbert Humperdinck! Hoe kom je in vredesnaam op zo’n naam? Ik had er wel bij willen zijn, toen ze die naam verzonnen: ‘Euuuuuu, Snoekieduck Schnitzeldak, euh nee, Zongybang Dagobeurt, nee ook niet, Rammelbeurt Dinxperdonck, nee man, en toen na een uur zei eindelijk iemand, Engel, euh, bert … humpel, humper, dinck? Jaaaa! Geniaal! Dát is ‘m!’ En zó ging dat dus met Dinxperlo ook. ‘t Nam zich slechts wat ruimer de tijd. Tijdens mijn muzikale optreden (dat niet was aangekondigd, waardoor er maar een handjevol mensen was), dat volgde op de ceremonie kwam er op een gegeven moment iemand naar het podium toe en schreeuwde, pal voor me staand, dwars door mijn zangcapriolen heen, luidkeels naar de monitormixer die rechts achter me stond: “HEEEE!!! MO-J EEN BIERTJEEEEE!!!???” Dát was voor mij het moment om de relativiteitsmodus aan te zetten. Ik schoot hard in de lach. Bij het volgende nummer kwam er iemand met een schaal lekkernijen het podium op gedrenteld; ik stopte pardoes met het lied dat ik aan het zingen was, nam een gevuld eitje, waarna ik verder tokkelde. Onderwijl vermaalden mijn kiesjes de ‘delicatesse’ langzaam en stuurden mijn smaakpapilletjes aangename seintjes naar mijn brein. Een weekje ervoor had ik nog op een enorm groot festival, Down The Rabbit Hole, gestaan en was mijn band De Niemanders genomineerd voor een Edison. Het was weer eens een fraai lesje met-beide-voetjes-op de-grond-blijven, en waar kan dát beter dan in je geboortedorp, met het streekgebonden credo: ‘doe maor normaal, dan doe-j al gek genog!’
Toen ik in een ver verleden bij De Graafschap keepte, vond mijn moeder altijd dat ik daar zo eenzaam en alleen in het doel stond. Zeker bij regenachtig weer. Daar moest ik die dag ook weer aan denken. En wéér miste ik haar.
(Met dank aan Robert Jan Rijks)

Tekst: Rocco Ostermann

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant