
Column De Buitenstaander: Bijverschijnselen en bijwerkingen
OpinieBijverschijnselen en bijwerkingen. Dat waren de twee woordjes waarmee ik vanmorgen, in gedachten verzonken, de trap af drentelde. Ik begon, eenmaal buiten lopend, in mijn koppie te jongleren met associaties: bijvangst, neveneffect — veel verder rijkte het vooralsnog niet. Je krijgt ze er meestal gratis bij, hè, die effecten!
Ik kwam erop omdat ik een nieuw medicijn (een slaapmiddel) had voorgeschreven gekregen, waarvan de bijsluiter een frappante trits eventuele bijwerkingen vermeldde. Alleen al door ze allemaal één voor één op je in te laten werken, werd je kats onrustig. Voilà: bijwerking numero uno. De bijwerking door over de bijwerkingen te lezen. Je valt er later op de dag níet bepaald van in slaap. Dit is slechts een kleine demonstratie van hoe mijn brein werkt. Verder ben ik ook nog mijn dokters favoriete hypochonder, maar dat terzijde. Gelukkig ben ik ook gezegend met wat relativerende zelfspot.
Gisteren zocht ik mijn auto. Bijverschijnsel van geen vaste plek voor je huis hebben is dat ik constant vergeet waar dat blikkie geparkeerd staat. Vaak maak ik even een foto, en minstens zo vaak vergeet ik dat. À propos auto en bijverschijnselen: Vroeger zorgde de auto er hoogst persoonlijk voor dat het scabreuze minnespel der overspeligen er een nieuwe dimensie bij kreeg. Eerst moest je nog eeuwenlang noodgedwongen in de buurt van je dorp of streek blijven: je kon hooguit een eind weg lopen, te paard het dorp uit galopperen of fietsen en ergens een verscholen hooibergje pakken, maar altijd was er de gerede kans op coïtus in flagranti. Of, met andere woorden: je werd betrapt tijdens ‘t ‘döppen’ of ‘röpppeln’, zoals men dat zo mooi en authentiek in de jaren zeventig in ons Achterhoekse dorpje placht te zeggen. Met de komst van de heilige koe echter, kon je even naar — pak ‘m (of haar) beet — Grolle, Lichtenvoorde of Winterswijk kachelen om daar, hartstochtelijk onder invloed van het dekselse duo Amor en Eros, ‘kama sutra in blik’ te beleven. Menig bijvangst daarvan zag bovendien na negen maanden het levenslicht. De uitspraak: ‘Dat kind is d’r eentje van de melkboer’, is ook een klassieker die in het rijk der vergetelheid rond doolt sinds de melkboer niet meer aan huis komt. Bestaan zulke kinderen? En weten ze dat? Ken ik ze? Neveneffect van mijn nieuwsgierigheid. De bijvangst van de nieuwe tijd is dat het spreekwoord — het gezegde — net als de melkboer zelf, evenals het vrolijke korte liedje: Leve de man van de SRV, van je hiep hiep hiep hoeree, jammerlijk zijn verdwenen.
Toen ik nog in Dinxperlo woonde, had ik meestal vrij veel volk over de vloer, vaak overdag al. Het was altijd een dolle boel met veel muziek en gezang. Gevolg daarvan was dat melkboer en SRV-man Siemes, met zijn mooie falsetstem, ons altijd hartelijk begroette: ‘Ha jongs, hejjet bier weer op?’ ‘Joa man, i-j toch nie hoppeli-jk!?’
Na mijn vertrek uit Dinxperlo was de bijvangst dat ik als het ware mijn feestneus chirurgisch heb moeten laten verwijderen. Het is dan ook een heel gezellig dorp — net als Aalten trouwens.
Tekst: Rocco Ostermann










