U kent vast wel zo iemand ...
Ik meen dat het de fameuze Engelse queer schrijver en bon vivant Oscar Wilde was, die een dikke eeuw geleden schreef: We zijn allemaal onze eigen duivel, en wij maken deze wereld tot onze eigen hel. Hieraan moest ik denken toen ik het onderstaande had geschreven.
Het gaat over ongeduldige types, figuren die het liefst alles afraffelen.
Hoe zo iemand met een deurbel omgaat, zegt al wel wat, zo niet veel, zo niet álles!
Sommigen rinkelen alsof ze morsesignalen afgeven onder invloed van amfetamine.
Een kennis van me vierde eens Sinterklaas bij een oom en tante van hem, en die hadden een buurman, en die zou even drie keer kort op het keukenraam knokkelen om de mand met cadeautjes aan te kondigen.
Nou, het hele raam lag eruit, en zijn kleine broertjes debuut als plastic-onderbroeken-drager werd direct opgeluisterd door het volkakken van dat ding met half-verwerkte Olvarit, door de rauwe onversneden schrik.
Ongeduldige mensen zijn vaak ‘verwendicapt’; ze willen dat de dingen altijd gaan zoals zij vinden dat het goed is én ze zijn dat ook gewend. Bovendien vinden ze vaak van zichzelf dat ze zéér geduldig zijn en heel fair omgaan met iemand anders’ afwijkende gevoel voor tijd en ruimte.
Een tempel van pais en vree zijn ze, tussen al die slome duikelaars.
Ja, met dat stelletje slabakkers hebben ze potverredriedubbeltjes enorm veel geduld, en nou is het afgelopen!
Een kleine scène: een echtpaar gaat gezellig op de vrije zondag een dagje toeren.
‘Tuut tuut tuut tuut tuut’ doet 't toetertje van ’t ootootje, ‘s morgens om een uur of 7.
Waar blijft ze nou??
‘Tuut ter de tuut tuut tuuuuuuuut!!!!’
Ondertussen is de halve straat bij station wakkere wereld aanbeland.
Ín zijn auto, en úit zijn vel gesprongen, deelt hij ‘mevrouw Slak’ even later alle ins & outs mede over haar getreuzel.
lk heb weleens bij zo'n stel in de auto gezeten, we waren op weg naar onze hoofdstad. Het was een toneelstukje gelijk een migraineaanval.
'Grom grom grom, grom grom', en in dit geval reageerde zij telkens furieus, met een stemgeluid dat het beste omschreven kan worden als een zéér gebrekkig bespeelde zingende zaag met de versterker op stand tien! Gruwelijk.
En ik!? Ik, de ‘Cup-a-soup Kid', zat achterin, tevreden kauwend op een Fisherman's friend.
‘Daar moet je niet op kauwen gek!'
‘Waar heb je het over?'
‘Je moet zuigen op een Fishermans friend, niet kauwen!’
Inderdaad, los van een lage tolerantie voor frustratie, bemoeien ze zich ook nog vaak met alles en iedereen, en hebben ze het monopolie op een flink bataljon met zelfverzonnen waarachtige waarheden.
Types die zelfs aan een gezellig keuvelende restauranttafel nog hun hyper-hypotheses rondbazuinen, en zich dan voor het maximale effect van hun woorden even pontificaal terugtrekken in het closet, met het air van een dirigent die voor aanvang van het concert nog eventjes een contemplatief uitje inlast.
Want uitingsuitjes te over, en gevoel voor theater hebben ze ook.
U kent vast wel zo iemand …