In het onderwijs liep het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen het meest terug. Foto: Mark Ebbers
In het onderwijs liep het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen het meest terug. Foto: Mark Ebbers

Loonverschil tussen mannen en vrouwen steeds kleiner

REGIO - Het gemiddelde uurloon van vrouwen in 2024 was 10,5% lager dan dat van mannen. In 2010 was dit nog 19%. De laatste jaren lopen vrouwen het loonverschil sneller in. In 2024 verdienden mannen gemiddeld 30,32 euro per uur en vrouwen 27,15 euro. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

In 2024 was het gemiddelde bruto jaarloon (inclusief bijzondere beloningen) van vrouwelijke werknemers 32% lager dan dat van mannelijke werknemers. Twee derde van dit loonverschil kan verklaard worden doordat vrouwen minder uren werken. Mannen werken vaker in een voltijdbaan (63%) dan vrouwen (23%).
Het verschil in uurlonen is daarom veel kleiner dan het verschil in jaarloon: het gemiddelde van vrouwen was 10,5% lager dan dat van mannen. Voor een deel is dit verschil in uurlonen het gevolg van een andere samenstelling van de groepen werkende mannen en vrouwen, voor wat betreft leeftijd, opleiding, het soort werk en dergelijke. Voor deze verschillen zijn deze cijfers niet gecorrigeerd.

In vergelijking met 2010 zijn de gemiddelde uurlonen van mannen met 38% gestegen, terwijl het gemiddelde uurloon van vrouwen met 52% omhoogging. Hierdoor is het verschil teruggelopen van 19% in 2010 naar die 10,5% in 2024. Dat het verschil in lonen steeds kleiner wordt, is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het steeds hogere opleidingsniveau van vrouwen.
De laatste jaren lopen vrouwen het verschil in gemiddelde lonen sneller in: in 2023 werd het verschil 0,7 procentpunt kleiner, in 2024 zelfs 1,5 procentpunt. Waarschijnlijk speelt hierbij een rol dat de minimumlonen fors zijn verhoogd: van 2022 op 2024 met 21%, daarnaast is in 2024 overgestapt van een minimumloon per maand naar een minimumloon per uur, waardoor een deel van de werknemers met lage lonen er tot 11% procent extra op vooruitging. Omdat vrouwen oververtegenwoordigd zijn aan de onderkant van het loongebouw, hebben zij hier meer van geprofiteerd dan mannen.

In het onderwijs liep het loonverschil het meest terug: van 16% in 2010 naar 1% in 2024. En voor het eerst is er nu een grote bedrijfstak waar de uurlonen van mannen en vrouwen vrijwel gelijk zijn: in het openbaar bestuur verdienen mannen gemiddeld per uur nog maar 1 cent (dus een fractie van een procent) meer dan vrouwen.