Zwaar aan het weetniewatten
Vandaag, de hele dag al, ben ik zwaar aan het weetniewatten. Dat gaat bovendien hand in hand met een hak op de tak dag. Wat een combi, maar zo is het. Écht nadenken!? Daar heb ik de pet niet naar staan, en sowieso wordt niet alles groter wat je onder de loep legt, en ik ben al te vaag om helder te zien. Ik kijk naar de wereld als door een ruit waar een luchtvloot van 150 meeuwen tegenaan heeft gescheten. Wellicht ook, heeft mijn zandmannetje zijn korrels geïmporteerd uit The Golden Triangle, het is meer een verdovingsmiddel, dat zand, want ik kan namelijk de hele dag maar niet goed wakker worden, of misschien importeert hij die zakken zand wel uit de Bermuda Driehoek? Dat zou heel goed kunnen: ik ben namelijk de laatste weken regelmatig onzichtbaar voor de wereld, en dan lig ik thuis monumentaal op de bank de rotten. Frisse lucht is nu echter wel goed, huppakee, ik zet het raam even flink open zodat het lekker kan doorwaaien in mijn woon- en bovenkamer. Staand bij het venster, hoor ik meteen een koddig straatpraatje. De buuf aan mijn linkerzijde en die van de overkant hebben een klein kwebbelmomentje. Ze mogen elkaar niet eens, maar ze begroeten mekaar altijd met een enthousiast en slecht gespeeld verassingselement, alsof ze middenin de woestijn een ijscoman tegenkomen ‘Héééé, háááái, hoooi!' spat het leugenachtig en simultaan uit hun bekkies. ‘Hoe is t nou?' ‘Gooeeehoooeed!!' 'Zeg, heb je dat gehoord van dat enorme reuzenrad dat op de kermis staat?' zegt Tante Zus die ook wel Jetje wordt genoemd en eigenlijk Elisabeth heet. ‘Getverdemme! Wat zeg je me nou!?’ antwoordt mevrouw Blijhals, de grote Surinaamse overkantbuuf. ‘Ik hou niet van ratten weet je! Bah!! Enge beesten vind ik dat, weet je! Een reuzenrat zeg je!? Nou, dáár hou ik al helemááál niet van hoor, weet je.’ Een minuutje later gaan ze weer beide huns weegs en ik ga grinnikend, dartel doch doelloos, door m’n stulpje spoken. Heerlijk, dat nix doen, perfect. Af en toe welt er een lichte vorm van woeste inspiratie op, om het rariteitenkabinet in mijn hoofd te vervolmaken: komische dingen verzinnen dus: een speeldoos met microtonale melodieën is als een gebit met 400 tanden! Zal ik met mijn, via Marktplaats verworven, vlooiencircus meedoen aan de highlandgames? Paalwerpen met mecanostokjes!? Zulke onzinnigheden. Maar ho ‘ns effe! De kaars in mijn hoofd moet UIT, anders word ik weer zo’n brainiac. Oppassen ‘geblazen’ dus, met die kaars. Ach, waar ik eigenlijk naar verlang op een dag als deze, is een beetje mee te deinen op de golven van de tijd. Mijn creatieve geweten galmt echter door mijn lijf als een volumineus zingend gospelkoor, maar ik tik het resoluut af: Ssshh, stil jullie! Niets doen. Dat is belangrijk nu voor me. Écht niets doen! Net zoals vergeten de meest cruciale functie van het geheugen is, hoe gek dat ook moge klinken, zo is desgelijks niets doen belangrijk in het gistingsproces van de fantasie. Ja, ik wil alles vergeten, en als mest voor die fantasie beschouwen. Leeg stromen, vol stromen, leeg, vol, eb, vloed… Oh, it's such a perfect day. It would be nice to spent it with you.