Eet smakelijk

Het was 2014 en Nederland stond in de halve finale van het WK voetbal én, ik had zin in een pizza calzone. Calcio betekent voetbal in het Italiaans. En in de voetbalzone, daar bevond ik mij toen, dus de keuze om mijn buikje te vullen met het meest fameuze Italiaanse gerecht lag voor de hand — of voor mijn voeten, zo u wilt — en het was zeker ook een inkoppertje. Ik ging bij Arnhems falafelaria Mevlana, in de Steenstraat, naar binnen. Het eerste wat ik waarnam, was een stem die zei: ‘Éet smakelijk.’ De woorden kwamen van de man achter de saladebar, die breed grijnzend naar me keek en die mij dus een zeer aangenaam oppeuzelen toewenste. Maar ik had nog niet eens iets besteld, joh. Ik keek even vlugjes om mij heen, maar ik zag dat de feestelijk oranje gefranjerde falafelaria verder door niemand bevolkt werd. Ik draaide mijn hoofd weer langzaam richting de vriendelijke falavent. Ik voelde dat de spiertjes in mijn aangezicht mij trakteerden op zo’n Matthijs van Nieuwkerk-blik wanneer hij poseert: één oog hoog opgetrokken, met de bijbehorende wenkbrauw tot bijna onder zijn kruin, en ’t andere kijkertje iets toegeknepen. ‘Eet smakelijk,’ sprak de saladebarman wederom, en nu glimlachte ik naar hem. Ik voelde me een beetje slaapdronken, hoewel ’t al vijf uur ’s middags was. ’t Kwartje nam uitgebreid z’n tijd om te vallen, maar toen was ’t van je — aha! Aha hahahaaaaaa! Hij begroette me dus! Jaja, dát was ’t. Ik beantwoordde zijn verwelkoming eveneens met een ‘Eet smakelijk’. Onze guitige blikken ontmoetten elkaar, gelijk de vrolijk rammelende blikjes vanachter een auto waarop “Just Married” staat geschreven. Dit soort ‘blikschade’ is leuk. Ik bestelde een broodje falafel speciaal. Ik was totaal vergeten dat ik eigenlijk een pizza had gewild.
Bij het afscheid had ik in een flits nog even overwogen om hem in zijn eigen taal (welke eigenlijk?) ‘Ajuus’ te wensen, maar zag er in een nog flitsender flits vanaf. Ik zou waarschijnlijk ‘À la Carte’, in plaats van ‘Allah Akbar’, hebben gezegd. En ik was er ook vrij onzeker over wat dit laatste nou weer exact betekende. Wat wist ik eigenlijk? Even later liep ik goedgemutst door de Steenstraat richting Hotel Bosch, waar we met een man of tien de halve finale zouden gaan kijken. Ik nam geïnspireerd, omdat mijn mond toch nog in de brede grijnsstand stond, een hele grote hap uit het broodje, en dacht, na het aanvankelijk weldadige kauwen, dat erop volgde: ‘Nee he, potverdorie, heeft hij d'r tóch hete pepers op geflikkerd in plaats van tomaat.' Ach, wat zal ik me ook druk maken? Zo’n Van Dale-woordenboek is ook best dik, en ik had er ook gewoon bij kunnen blijven staan, toch? In plaats van per se koortsig de krant te willen lezen op zoek naar de laatste voetbalnieuwtjes, met m’n vrij hoge oranjekoorts. ’s Avonds, nadat we door die Messianen uit het toernooi waren geknikkerd, bleef ik weer met een geheel ander nasmaakje in mijn mondje zitten. Maar toen ik aan het eind van de avond op de terugweg weer langs Mevlana slenterde, dacht ik: Fuck it! De wereld draait gewoon doorrrrrrrrrrrrr…