Afbeelding

Column De Buitenstaander: Werelden op zich

Opinie

Ik ben fan van de ziekenhuisserie House, waarin telkens aan de hand van raadselachtige symptomen een (enge) ziekte wordt opgespoord waar je meestal nog nooit van hebt gehoord. Door een geniale inval van de buitengewoon recalcitrante dokter House wordt de patiënt vervolgens gered, vaak precies op het moment dat de man met de zeis al naast het bed lijkt te staan. Enge ziektes, gatverdamme. Ze hebben op mij ongeveer dezelfde huiveringwekkende uitwerking als knoflook op Graaf Dracula: ik kijk weg, maar blijf toch kijken. Het fascineert het me. Vooral de gedachte dat ons lichaam een soort chemische fabriek is, vol sapjes en stofjes die bepalen hoe we ons voelen en wat we denken. Sommige van die stofjes zorgen voor liefde, andere voor angst, en weer andere blijkbaar voor het plotseling kopen van snacks bij een tankstation om half elf ‘s avonds.
Ik ben geïnteresseerd in gedrag, maar ook in hoe we als mens opgebouwd zijn: door ervaringen, opvoeding en genen. Het blijft merkwaardig dat we in onze auto’s alleen de beste olie gooien, maar bij ons eigen lijf zonder aarzelen budgetspul naar binnen werken. Ik doe het zelf net zo goed. Je weet wat je moet doen, je doet het niet. Je weet wat je beter kunt laten, en voilà—je doet het tóch. Dat heeft lang niet alleen met geld te maken, maar vooral met de complexe, soms ronduit theatrale psyche van de mens.
Dat alles prakkiseerde ik bij elkaar terwijl ik in de wachtkamer van het ziekenhuis in Winterswijk zat. Er moest bloed geprikt worden. Wachtkamers zijn gevaarlijke plekken voor mensen met teveel gedachten; je hoeft er maar even te zitten en je hoofd opent vanzelf themapark Psycholand.
-Wij zijn anderen, we zijn een allesdoorelkaarheid die hardnekkig denkt één persoon te zijn. We worden als origineel geboren, maar sterven vaak als kopie—bijgeschaafd door meningen, verwachtingen en gewoontes. En toch zijn we geen echte kuddedieren; daarvoor verschillen we te veel van elkaar en we hebben wat meer hiërarchie ook. Iedereen loopt rond met een eigen mengsel van overtuigingen, herinneringen en kleine eigenaardigheden.
-Het zou mooi zijn, bedacht ik me, als je soms kon luisteren met een écht leeg hoofd—niet als een leeghoofd, maar zonder die mesthoop van oude meningen die zich in de loop der jaren hebben opgehoopt.
-Je raakt ook langzaam de ernst kwijt waarmee een spelend kind de wereld beleeft.
Die laatste poëtische reflectie was amper gearriveerd of… één van de deuren ging open. Een peuterjongetje kwam huilend naar buiten, stevig vastgehouden door zijn moeder. Alle ellende van de wereld leek in dat huilen te zitten, maar bovenal pure verontwaardiging. De muur—de mamamuur van bescherming—bleek ineens gaten te hebben. Hoe kon dit gebeuren? Hoe kon mama dit toelaten?
Het huilen was een reflex, maar daar doorheen zag je iets anders: dapperheid. De eerste oefening in vertrouwen dat even stukgaat, maar later weer wordt opgebouwd. Het snikken werd al zachter.
Ik wilde het prikformulier pakken waarop de gruwel en glorie van mijn bloed onder de loep zou worden genomen. Oh nee, dat had ik bij de balie afgegeven. Terwijl mijn gedachten afdwalen naar dat wonderlijke netwerk van adertjes, signalen en stofjes, besef ik hoe fascinerend het lichaam en vooral het brein zijn. Het brein, dat voortdurend verhalen maakt van alles wat het tegenkomt.
Werelden op zich.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant