Afbeelding

Column De Buitenstaander: Een oerend hard fietsend oermens

Opinie

Ik ken een vrolijke man op Terschelling. Een oermens. Jan heet-ie. 75 jaar oud. Achter zijn huis is het net een fitness-bodybuildingcentrum uit de tijd van Fred Flintstone. Halters, gemaakt van stukken boomstam met een stalen pin ertussen, liggen her en der verspreid door de gezellige, chaotische tuin die wordt bewaakt door kat Davey. 

Fietsen doet Jan op een oude, afgetrapte racefiets - of beter gezegd: een soort race-bakfiets. Geen carbon frame van achtduizend euro. Geen fietscomputer die hem voortdurend vertelt hoe hard hij rijdt, hoe hoog zijn hartslag is of hoeveel watt zijn linker bil produceert. Geen helm alsof hij rechtstreeks in verbinding staat met NASA. Aerodynamische kleding waarvan je denkt dat ze er eerst mee in een windtunnel zijn gaan zitten? Ben je mal? Jan heeft gewoon een wollen trui aan als het koud is. Een fladderend oud T-shirt met een vergeelde opdruk van muziekcafé De Vijfpoort als het warm is.

En dan stapt hij op die race-bakfiets en rijdt iedereen compleet aan gort. Dan zie je ze kijken, die arme wielrenners. Mannen met glimmende pakjes en zonnebrillen waarvan je het idee krijgt dat ze de toekomst er in kunnen zien. Kerels die eruitzien alsof ze op elk moment kunnen opstijgen. Over de dijk langs de Waddenzee komen ze aangevlogen, volledig uitgerust voor de strijd tegen luchtweerstand, zwaartekracht en misschien ook tegen hun eigen sterfelijkheid. En dan komt Jan ze achterop. Jan op zijn race-bakfiets. En hij rijdt ze, bijna rechtop zittend, fluitend voorbij met twee vingers in z’n neus, alsof hij onderweg is om in Oosterend drie zakken potgrond op te halen.

Je ziet hun gezichten veranderen. Eerst ongeloof. Dan verwarring. Vervolgens een soort existentiële paniek. 

Dit kan niet, zie je ze denken: ‘Ik heb potverdomme twaalfduizend euro aan ultralicht materiaal tussen mijn benen en ik word fluitend ingehaald door een zwaargewicht, een kerel die eruitziet alsof hij op de Highland Games boomstammen gooit.’ 

Maar ja, Jan heeft dan ook iets speciaals, iets waar geen prijskaartje aan hangt. Naast een ijzeren gestel heeft hij bovenal een ijzeren wil. Longen die vermoedelijk uit basalt zijn gehouwen. En een enthousiasme waar je met geen voorhamer een deuk in slaat. Dat is het verschil. 

Jan wil Paris-Roubaix voor senioren rijden. Over de kasseien, onder de stof en de modder, wil hij de Hel van het Noorden winnen. Dat is zijn grote droom. Ik wil het meemaken. 

De moderne mens denkt vaak dat je voor alles de perfecte spullen nodig hebt. Een betere fiets, betere schoenen, een beter horloge dat precies bijhoudt hoe goed je bezig bent. Maar Jan is van vóór het idee dat alles beter wordt van betere spullen. Hij komt nog uit de tijd waarin mensen gewoon een heuvel zagen en dachten: daar ga ik eens lekker tegenop fietsen. 

En dat voor iemand die het liefst nooit van zijn geliefde eiland afkomt. Hij heeft iets oers. Ergens diep van binnen zit nog een oude jager-verzamelaar die nooit helemaal verdwenen is.

Jan heet De Jonge van achternaam. Ik noem hem altijd Jan de Jongen. Omdat sommige mensen, hoe oud ze ook worden, nooit echt oud lijken te worden.

Tekst: Rocco Ostermann

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant