Randbericht | Eigenwijze merel

Randbericht | Eigenwijze merel

Eigenwijze merel

De stille tijd is gelukkig voorbij. Die valt samen met de tweede helft van herfst en de winter. Een deel van de vogels heeft dan de voorkeur gegeven aan een verblijf in het zuiden. De anderen denken dat het voor hen dan niet gepast is om nog te zingen. Een koolmees vergeet dat soms, want op een zonnige winterdag is die luid en duidelijk te horen. De anderen houden hun fijnbesnaarde snavels dicht.

Bij zonsopkomst zijn inmiddels weer overal zingende en jubelende vogels te horen. Het gaat beginnen! Het is voor mannetjes tijd om vrouwtjes het hof te maken. Nakomelingen zijn gewenst! Ik weet altijd meteen dat het zover is, want vanuit mijn slaapkamerraam hoor ik merels allerlei melodietjes produceren.

Voor de merel heb ik altijd een zwak gehad. Misschien komt dat, omdat ik als tienjarige een opstel over deze vogel schreef. De zwarte mannetjes met de oranje snavels en hun alarmroep, die ik vertaalde in 'tsjing, tsjing, tjing' kregen alle aandacht. Maar ik vergat de vrouwtjes met hun bruinwitte verenkleed niet. Er moesten immers bladzijden worden gevuld. Ik wilde een extra v-tje voor vlijt verdienen. De onderwijzer hield in een schriftje de v-tjes bij en wie er aan het eind van de maand de meeste had kreeg een schrift of pen. Geen idee meer wat.

Eén keer lukte me dat en dit was voldoende. Ik had getoond vlijtig te kunnen zijn en daarna kon ik weer lui zijn. De merel had echter definitief mijn interesse gewekt. Daarom weet ik nog altijd dat de merel het sein geeft dat het concert kan beginnen. Dat doet die anderhalf uur voor zonsopgang. Omdat het jarenlang steeds beter met de merel ging, waren er zoveel dat ze gezamenlijk een muur van geluid produceerden.

Die muur is de laatste jaren door een ziekte dunner geworden, maar nog altijd hoor ik vanuit mijn bed de merel als eerste. Een enkele merel wil zich niet houden aan de vaste gebruiken. Al ruim een week hoor ik er een op de ongewoonste momenten zingen. ’s Nachts word ik altijd een of twee keer wakker, want mijn blaas vindt dat het beter is even op te staan. Dat gebeurde om drie uur en om vier uur en om vijf uur. Elke keer hoorde ik deze merel zijn zangkunsten vertonen. Zelfs om middernacht hoorde ik hem al.

Zijn zang was nog niet indrukwekkend. Misschien dat hij daarom een ander moment uit koos om toch op te vallen. Ik houd van deze eigenwijsheid. Mens of dier met een eigen wijze, hebben bij mij altijd een streepje voor. Ik hoop dat hij school maakt. Ik vind het zeer geruststellend dat de zang er op elk moment in de nacht is. Als ik dan even wakker wordt, is het inslapen zoveel aangenamer.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden